De lift

Omdat ze hardop vloekt, kijk ik haar verschrikt aan, mijn buurvrouw uit Suriname van een verdieping lager en dan twee huizen verderop.

Ik ken haar wel, maar zo kennen we elkaar niet.

“Ja, sorry hoor, moest even mijn frustratie kwijt”  zegt ze gestrest.

Ik snap het wel; dat wil ik haar nog meegeven, maar dan is ze al weg;

Gehaast, de lift weer uit.

Groet SH

De lift

“Ik moet weer naar de kelder!” zegt mijn buurvrouw, terwijl ze met een op een mes lijkend stuk metaal vervaarlijk heen en weer zwaait.

Wanneer ik het goed beschouw, blijkt het een boor te zijn. En als ik vraag wat ze ermee gaat doen, volgt er een plausibele verklaring, die het bedreigende karakter van de situatie teniet doet.

Gelukkig maar, dat niet alles is, wat het lijkt te zijn.

Groet SH

De lift

Het is weer raak.

Hoofdschuddend kijken we elkaar aan. De jonge moeder, die zich met haar twee kindjes tegen de ene wand heeft aangeperst en ik.

De vloer van de lift is besmeurd met ijs; in de hoek ligt de leeggelopen verpakking.

“Weekend, hè”, verzucht ik.

“Nou, ik heb medelijden met degene die het schoon moet maken” beaamt ze, “Maar mijn kinderen krijgen straks een ijsje! “.

Humor helpt altijd.

Groet SH

De lift

“Ik heb net even met mijn huisarts gebeld” zegt de mevrouw, die ik wel eerder in de lift heb gesproken, maar verder helemaal niet ken.

Zo neutraal mogelijk trek mijn wenkbrauwen omhoog

“Ja, want van die medicijnen krijg ik waandenkbeelden” meldt ze verder.

Al mijmerend over deze mededeling stap ik een witte wereld in.

De bloesem is van de bomen gevallen, dat beeld ik me gelukkig niet in.

Groet SH

De lift

Wild gebarend staat hij met iemand te praten. Ik zie het van verre al weer gebeuren.

Eenmaal samen aangekomen bij de lift, gedraagt hij zich als een belboy uit de jaren dertig.

Hij zet mijn tassen erin, vraagt naar welke verdieping ik wil en drukt voor me op de knoppen.

Glimlachend glijd ik in de lift naar boven. Ik geef hem nog net geen fooi.

Iedereen zijn eigen plezier.

Groet SH