Pastorale

Als Vlielanders “om utens ” kunnen we natuurlijk niet voorbij gaan aan het feit, dat deze maand, op 12 december een van de allergrootste vedettes van ons land vijfenzeventig jaar is geworden.
Liesbeth List. 

Zij deed onder andere mee aan de talentenjacht Nieuwe Oogst en het Knokke Songfestival, maar haar carrière raakte in een stroomversnelling door haar samenwerking met Ramses Shaffy in Shaffy Chantant.
In 1968 brachten ze samen een duet uit: “Pastorale”, wat eigenlijk van oorsprong een herderslied is, maar in deze versie een enorme hit werd.
Ramses is hierin de arrogantie ten top; de zon: “Kometen, manen en planeten, alles draait om mij…”

Liesbeth is de ontvangende aarde, het zonaanbiddende kind: ” De nacht is te koud, de maan te grijs. ..”
De bijna psychedelische teksten zijn van Lennart Nijgh; de muziek is van Boudewijn de Groot; de single stond 14 weken in de Top 40 en scoort nog elk jaar hoog in de Top 2000 van Radio 2.
Op 15 oktober 2016 werd dit lied door de luisteraars van NPO 1 en 5 zelfs verkozen tot mooiste nummer van de Lage Landen, als dat geen toefje op de verjaardagstaart is geweest!?!
Fijne avond, 

Groet SH
Bronnen: Wikipedia, Encyclo. nl, Google, omroep Max

DIY: robe&razors

image

Met dit weer is het heerlijk onder een dekentje een goed boek te lezen, te netflixen of een filmpje te kijken. Maar met dit weer begint het bij mij ook altijd weer te kriebelen om lekker creatief bezig te zijn.

Dit maal met de scheermessen die ik van het zomer op het strand van Vlieland had gevonden. En ook met ouderwets huis, tuin en keukentouw.

Het makkelijke is dat je er van alles ervoor kunt gebruiken, wat je maar in huis hebt. Zo heb ik een augurkenpot, een satébakje, een oude waxinelichthouder en een plank gebruikt. En één van mijn favoriete gereedschappen: het lijmpistool!

Benodigdheden:

– lijmpistool

– lijmpatronen

– schelpen

– touw

– lege potjes

– plankje

Je kunt op deze manier heel eenvoudig je eigen kunstwerk maken of leuke bloempotten of waxinelichthouders maken. Iedereen kan het en werken met een lijmpistool is super leuk en eenvoudig. Zorg er alleen voor dat de lijm goed heet is als je gaat plakken.

FR

(Een goedkoop lijmpistool en patronen zijn uiteraard bij de action verkrijgbaar.)

 

 

Golden oldie: Dierendag

In het kader van dierendag deze keer een blog uit de oude doos. De onderstaande column werd voor het eerst gepubliceerd in oktober 1989, in “Het Baken” ;het al enige tijd geleden ter ziele gegane “Orgaan van de Vlielandse Jeugddrumband. ”

SHEILA

De eerste keer, dat ik Sheila zag, zat ze vastgebonden aan de verwarmingsbuis in een keuken, ergens in een huis in Leeuwarden. 

Vanonder haar mooie lange wimpers keek ze me treurig aan en wierp me daarmee in feite de handschoen toe, alsof ze me wilde uitdagen, haar ongestraft achter te laten. ……Het werd een tien jaar durende strijd.

Sheila was een onooglijk klein hondje, met een lang lijf, een ruim vel en brede poten. Aan de ervaring dat ze, steeds, als ze werd vastgezet en opgesloten, haar moeder in het huis ernaast hoorde janken, (waarbij ze tot gek wordens toe antwoord gaf) zou ze een levenslang trauma overhouden.

Toen ik met haar thuis kwam, waren de kritische opmerkingen niet van de lucht. “Worst- op- poten” en “Stofzuiger” waren nog de meest vriendelijke omschrijvingen en allemaal waren ze even waar. Men had haar Lady genoemd, maar (behalve dat die naam alleen al vanwege haar uiterlijk niet te handhaven was) : ze bleek al spoedig geen dame. 

Zo werd ze misselijk in auto’s, at ze het liefst uit de kattenbak en wentelde ze zich minstens een keer per week in paardenmest of andere uitwerpselen. 

De grootste aantrekkingskracht echter hadden rottende kadavers, want daar kon ze en van eten en lekker even in rollen, zodat de tuinslang altijd gebruiksklaar moest liggen. 

Zodra ze alleen gelaten werd, kwamen haar destructieve neigingen naar boven. Niets was veilig. Aan boeken, platen, meubilair, kledingstukken, schoenen, speelgoed, koelkast, handdoeken, beddengoed, planten, haar eigen mand. ….overal draagt onze huishouding nog de sporen van haar vernielzucht; er was niets wat haar van die vervelende gewoonte af kon brengen. 

Toch was ze niet hardleers (ze kon zelfs opzitten en pootjes geven! ), ze was alleen wat eigenzinnig. 

Als je riep, kwam ze gewoon een half uurtje later en de pedaalemmer liet ze pas met rust, als ze alle lekkernijen er had uitgevist. 

Daarom werd Lady omgedoopt tot Sheila, misschien ook geen vlag die de lading dekte, maar wel een naam waar karakter uitspreekt en dat was in ieder geval een eigenschap, die Sheila niet ontbeerde.

Algauw werd het een familiegrapje, dat iedereen die haar hebben wilde, een maand gratis voer toe kreeg en daar kon je natuurlijk om lachen, maar zo langzamerhand werd de toestand onhoudbaar. Het was duidelijk dat ze gezelschap nodig had. Een eigen jong kwam daarvoor het meest in aanmerking en nadat ze gedekt was, wierp Sheila niet de bij een eerste worp gebruikelijke drie of vier jongen, maar negen stuks! Vijf daarvan bracht ze plichtsgetrouw groot en daarna hervatte ze gewoon weer haar oude leventje. 

Met dit verschil, dat ze op haar ongeoorloofde uitstapjes nu gezellig haar zoon meenam en dat ze door zijn aanwezigheid niet zo snel meer in paniek raakte als er niemand thuis was, dus wat dat betreft was de opzet geslaagd.

In februari jl. werd ze ernstig ziek. Daarna liep ze slecht en zag ze er beduidend ouder uit, maar het grapje was al gauw gemaakt, dat Sheila niet kapot te krijgen was. In de nacht van 2 op 3 september kreeg ze echter weer een aanval. Aanvankelijk leek ze bovenstaande stelling waar te gaan maken, want ’s ochtends herkende ze me weer en kwispelde zelfs te begroeting, maar ’s middags lag ze dood in haar mand. 

Het is een stuk rustiger in huis. Dat wel. Maar ik weet dat ik haar mis.

Vooral als ik me realiseer dat ze nooit meer luid blaffend door het duin zal rennen op zoek naar een denkbeeldige prooi; dat ze me nooit meer zal vloeren met de enorme balken, die ze vaak mee wist te slepen; dat ze nooit meer haar snuffelrondje om de tafel zal maken en dat ze me nooit meer zo’n quasi-onschuldige blik zal toewerpen, zo van: “kan ik het helpen? ”

Dat gevoel zal altijd wel een beetje blijven.

Groet SH

Mooie woorden: Paralian

                         – Paralian-
                   a dweller by the sea

Dit mooie woord komt uit het Grieks. De betekenis is: iemand die aan de zee woont. Ik heb mijn jeugd doorgebracht aan de zee, twee zelfs de Noordzee en de Waddenzee. Gelukkig word ik bijna dagelijks getrakteerd op de mooiste foto’s van het eiland omdat mijn familie nog op Vlieland woont en ze als hobby fotograferen hebben. Van mijn tante mogen we een aantal prachtige foto’s met jullie delen, dank hiervoor.

Geniet!

                        – Paralian-

                   a dweller by the sea

MR en AK

Zomercolumn Leeuwarder Courant

Een tien

Op het eiland was het voor ons als pubers heel duidelijk hoe de verhoudingen lagen; in de winter versierden we elkaar; in de zomer was het jachtseizoen op de badgasten geopend.
Giebelend stonden wij als tienermeisjes op wisseldagen bij de boot. Het was altijd weer spannend als de loopplanken werden uitgelegd en de eerste horde aantrekkelijke jongens de veerdam op dromde. Ze kregen cijfers en wij mochten die geven, al hebben zij dat nooit geweten. Omgekeerd werd de nieuwe lichting meisjes beoordeeld door onze wintervriendjes. “Vers vlees” noemden zij deze. In de schaarse vrije uurtjes tussen onze vakantiebaantjes en het rondhangen in de jeugdsoos door, was dit een aangenaam tijdverdrijf.

Er was niks mis met deze gang van zaken en voor mij had dit nog jaren zo voort kunnen kabbelen, maar toen kwam HIJ voorbij in de zomer dat het allemaal begon. 

Een knappe jongen was het, met bruine ogen en donker schouderlang haar; stoer, groot en met een leuke uitstraling. Duidelijk een acht, wellicht een negen en met een beetje geluk een tien, maar dan moest hij nog wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Bij wat navraag bleek dat hij; voor een langere periode zou blijven; maar twee jaar ouder dan ik was en een goed gevoel voor humor had. Zijn lijzige stem maakte bij onze eerste echte kennismaking het plaatje compleet: een negen! Zeker weten, totdat hij een tijdje later, na dagenlang flirten, elkaar uitdagen, aantrekken en weer afstoten, demonstratief mij verkoos, boven mijn vriendinnen, die ook op hem vielen. Toen werd het een tien. Definitief.

Zinderende zomers beleefden we, mijn tien en ik. Hopeloos verliefd, hand in hand dwalend in de bossen en de duinen, ravottend op het strand. Er waren droppings en kampvuren. Zonsondergangen bij de vuurtoren en zoenen achter de dijk. Nooit kwam hij bij mij thuis, of ik bij hem op het kampeerterrein; ons dagelijks leven hielden we net als de winterperiode zorgvuldig afgeschermd. 

Bij elk afscheid huilden we tranen met tuiten, maar daarna hoorden we merkwaardig genoeg niets van elkaar. We hadden kunnen schrijven of bellen, maar adressen of telefoonnummers wisselden we niet uit. Als bij afspraak vroegen we ook nooit wat de ander al die tijd had uitgevoerd, zelfs niet hoe het op school ging. Een foto had ik van hem en soms haalde ik die stiekem even te voorschijn om er smachtend bij te zwijmelen, maar de rest van de tijd besteedde ik aan belangrijker zaken. Tenslotte waren er geen beloftes van eeuwige trouw gedaan.

Onze liefde bestond alleen in de zomer. Vrolijk, speels en onnavolgbaar. Een verrassing als hij terugkwam, een gemis toen hij voorgoed wegbleef.

Jaren later kwam ik hem weer tegen: hij trok een bolderkar vol kinderen en ik was allang getrouwd met mijn eerste vriendje, maar we stelden geen vragen; we haalden herinneringen op. Met wie zou je die anders kunnen delen? De vlinders begonnen (bij mij althans) onmiddellijk weer te kriebelen.

Mijn vakantieliefde scoorde nog steeds hoge ogen!

SH