Zomercolumn Leeuwarder Courant

Een tien

Op het eiland was het voor ons als pubers heel duidelijk hoe de verhoudingen lagen; in de winter versierden we elkaar; in de zomer was het jachtseizoen op de badgasten geopend.
Giebelend stonden wij als tienermeisjes op wisseldagen bij de boot. Het was altijd weer spannend als de loopplanken werden uitgelegd en de eerste horde aantrekkelijke jongens de veerdam op dromde. Ze kregen cijfers en wij mochten die geven, al hebben zij dat nooit geweten. Omgekeerd werd de nieuwe lichting meisjes beoordeeld door onze wintervriendjes. “Vers vlees” noemden zij deze. In de schaarse vrije uurtjes tussen onze vakantiebaantjes en het rondhangen in de jeugdsoos door, was dit een aangenaam tijdverdrijf.

Er was niks mis met deze gang van zaken en voor mij had dit nog jaren zo voort kunnen kabbelen, maar toen kwam HIJ voorbij in de zomer dat het allemaal begon. 

Een knappe jongen was het, met bruine ogen en donker schouderlang haar; stoer, groot en met een leuke uitstraling. Duidelijk een acht, wellicht een negen en met een beetje geluk een tien, maar dan moest hij nog wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Bij wat navraag bleek dat hij; voor een langere periode zou blijven; maar twee jaar ouder dan ik was en een goed gevoel voor humor had. Zijn lijzige stem maakte bij onze eerste echte kennismaking het plaatje compleet: een negen! Zeker weten, totdat hij een tijdje later, na dagenlang flirten, elkaar uitdagen, aantrekken en weer afstoten, demonstratief mij verkoos, boven mijn vriendinnen, die ook op hem vielen. Toen werd het een tien. Definitief.

Zinderende zomers beleefden we, mijn tien en ik. Hopeloos verliefd, hand in hand dwalend in de bossen en de duinen, ravottend op het strand. Er waren droppings en kampvuren. Zonsondergangen bij de vuurtoren en zoenen achter de dijk. Nooit kwam hij bij mij thuis, of ik bij hem op het kampeerterrein; ons dagelijks leven hielden we net als de winterperiode zorgvuldig afgeschermd. 

Bij elk afscheid huilden we tranen met tuiten, maar daarna hoorden we merkwaardig genoeg niets van elkaar. We hadden kunnen schrijven of bellen, maar adressen of telefoonnummers wisselden we niet uit. Als bij afspraak vroegen we ook nooit wat de ander al die tijd had uitgevoerd, zelfs niet hoe het op school ging. Een foto had ik van hem en soms haalde ik die stiekem even te voorschijn om er smachtend bij te zwijmelen, maar de rest van de tijd besteedde ik aan belangrijker zaken. Tenslotte waren er geen beloftes van eeuwige trouw gedaan.

Onze liefde bestond alleen in de zomer. Vrolijk, speels en onnavolgbaar. Een verrassing als hij terugkwam, een gemis toen hij voorgoed wegbleef.

Jaren later kwam ik hem weer tegen: hij trok een bolderkar vol kinderen en ik was allang getrouwd met mijn eerste vriendje, maar we stelden geen vragen; we haalden herinneringen op. Met wie zou je die anders kunnen delen? De vlinders begonnen (bij mij althans) onmiddellijk weer te kriebelen.

Mijn vakantieliefde scoorde nog steeds hoge ogen!

SH

Advertenties

4 gedachtes over “Zomercolumn Leeuwarder Courant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s