
Vandaag start in mijn kleuterklas het nieuwe thema monsters.
Stiekem heb ik afgelopen week al een voorproefje genomen door voor te lezen. Voorlezen is mijn grote liefde. Ik kruip in de huid van de karakters in het boek en ik ga helemaal los. De stemmetjes vliegen je om de oren. Af en toe is het best verwarrend wanneer ik van Gruffalo, naar muis, tot slang verander op een bladzijde, maar mijn kleuters smullen ervan. Ik geniet ervan om die koppies te zien wanneer ik voorlees. Het brengt me in ontroering als ik de mimiek, in de gezichten van mijn kleuters, zie veranderen. Ze kijken blij tijdens de blije stukjes, maar wanneer er een boos stuk voorbij komt, dan….. dan denk ik wel eens: “als blikken kunnen doden”.
Naar aanleiding van een monsterachtig prentenboek komt ons gesprek op spoken. Een van de jongens deelt mede dat spoken niet bestaan. En een andere stoere bink geeft aan dat hij toch best wel bang is voor spoken. Niek (5) heeft een hele andere insteek: “Ik heb nog nooit een spook gezien, dus ik weet niet of ik er bang voor ben”.
“Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan”.
-Pippi Langkous
Ik glimlach; “Zo is het maar net Niek”.
ER


Iedereen bij mefrouw is aan het ontspullen. Vreemd woord. Kritisch kijken: Een jaar niet gebruikt? Weg ermee! Dit houdt in: wat kapot is, wegtiefen. Is het nog heel en functioneel: een bekende er blij mee maken en anders naar het goede doel.