Stroopwafels & Dansen

  
Mijn lief, Olivia en ik gaan erop uit! In de stad is eten en muziek En laat dat nu net het gene zijn waar wij alledrie enorm blij van worden. We lopen samen over de binnenplaats van de oude gevangenis, het zonnetje piept tussen de wolken door. We wandelen tussen de mensen door langs heerlijk eten. We kiezen voor een versgemaakte stroopwafel. Voor de vulling gaan we  voor witte chocolade en pure chocolade. “Mama, ik heb honger”, laat Olivia aan mij weten. Met onze warme stroopwafels zoeken we een fijn plekje in de zon en we smullen. Na de stroopwafel dansen we met z’n drietjes op de klanken van de dj. Niemand anders danst, maar dat geeft niets. We dansen met elkaar, we hebben plezier en onze buiken zijn vol. Als het tijd is om naar huis te gaan, protesteert Olivia luidkeels. Dit is de eerste keer dat ze zo protesteert in het openbaar en ik vind het niet eens erg. Ik snap het wel en eigenlijk wil ik ook niet weg, maar het lijkt wel een beetje gek als ik ook meedoe met haar. Ik leg haar uit dat het gaat regenen en dat de muziek is afgelopen. Ze denkt na en gaat akkoord. Dat was het. Het moment waar ik al dik twee jaar tegen op zie; een protest in het openbaar. Ik had me dit heel anders voor voorgesteld. Ik dacht meer aan gillen, op de grond liggen, trappelen met haar voeten, zweet over mijn rug, rood hoofd, kwijl all over the place, tranen van mijn kant. Niets van dit alles. Het viel mee: “MAMA, NEEEEEE, BLIJVEN, MUZIEK, DANSEN, MUZIEK”. 

“There is a first time for everything”
– unknown

ER

Dromen zijn een raar iets

  

Vanochtend werd ik badend in het zweet wakker. Ik droomde dat ik in een brandend gebouw zat en dat de uitgang geblokkeerd was. Verschrikkelijk! Wat was ik blij dat ik wakker werd. Pfff gelukkig, het was maar een droom…

Het rare is dat ik dit precies nu droomde, of toch niet?

Vandaag is het 11 september oftewel 9/11. Alweer 14 jaar geleden zaten we aan de buis gekluisterd die vreselijke beelden te bekijken. Ik denk dat iedereen nog weet waar hij of zij precies op dat moment was. Mijn zusje was op dat moment in Amerika, gelukkig helemaal in Montana, een paar weken daarvoor nog in New York. Heel bizar en ook paniek bij ons thuis.

Voor mij was het maar een droom, voor 2977 mensen niet. Zoveel mensen die ’s ochtends gewoon opstonden, ontbeten, hun kinderen een kus hebben gegeven, hun hond hebben geaaid, misschien zelfs ruzie met hun partner hebben gemaakt. Sommige van hun hebben op die bewuste dag nog kunnen bellen naar hun geliefde. Maar al deze mensen zijn nooit meer thuis gekomen.

Zij kunnen nooit meer dromen.

Op een dag als vandaag, stralend mooi weer zit ik op een terras en tel ik mijn zegeningen. Laat mijn familie weten dat ik van ze hou. Vanavond zal ik een kaarsje branden voor de slachtoffers van 9/11. Zij die nooit meer kunnen dromen.

FR