Een foto zegt meer dan duizend woorden. Tranen wellen op in mijn ogen. Ik word overvallen door een gevoel van intens verdriet. Verdriet voor alle kinderen die verloren zijn gegaan, verdriet voor iedereen die alles achter heeft moeten laten, verdriet voor de angst, verdriet voor het verdriet van anderen.
Ik denk aan de angst die een moeder, een vader, een kind, een mens moet voelen waarop zij de beslissing baseren om huis en haard te verlaten. De angst die de raadgever is om je kinderen, of je zelf in een positie te plaatsen die misschien uitpakt als een beter leven, maar die je misschien moet bekopen met verlies, of met de dood. Is een iemand zich daarvan bewust wanneer je in het bootje stapt? Zijn dat gedachten die de revue passeren wanneer je samen met je kind in het bootje stapt, of word je gedreven door hoop. En is dat het enige waar je aan vasthoudt, omdat alle andere gedachten te verschrikkelijk zijn om over na te denken. Is hoop in dit geval je raadgever?
Ik vind het verschrikkelijk dat een mens zo wreed kan zijn, om een ander het leven te ontnemen dat zij willen leven. Dat een mens zo in en in slecht kan zijn beangstigd mij. Ik leer de kinderen in mijn klas “stop, houdt op” te zeggen wanneer er iets gaande is dat zij niet willen. Als een kind dan niet stopt dan kom je bij juf. Elk kind in mijn klas weet dan, dat ik hen help het conflict op te lossen. Deze mensen die in een bootje stappen hebben geen juf om naar toe te gaan. Het enige dat zij hebben is angst en hoop. Angst voor het ondenkbare en hoop op een beter leven.
Mijn hart huilt.
“I am another you.
You are another me”.-Desmond Tutu
ER

