Ik mis je. Vandaag niet meer dan anders, maar ik mis je al drie jaar lang op een andere manier dan vroeger.
“Wij Rouwen”.
-mefrouw
ER
Ik mis je. Vandaag niet meer dan anders, maar ik mis je al drie jaar lang op een andere manier dan vroeger.
“Wij Rouwen”.
-mefrouw
ER
De dag van de leraar is vandaag, maar is het niet eigenlijk elke dag dag van de leraar?
“Do what you love and love what you do”.
-Unknown
Syenna wil graag iets doen, maar ze weet niet wat. Ik vraag haar of ze iets van rekenen of taal wilt doen. Ze kijkt me aan en ik zie haar nadenken: “rekenen”, is haar antwoord.
Samen verzamelen we alle materialen. Een rekenboekje, potlood, vier dobbelstenen, een matje en een gum. Ik doe het eerst voor. Ik rol met de dobbelstenen op de mat en de dobbelstenen vormen mijn som. Ik schrijf mijn som op en reken mijn som uit. Uiteraard maak ik gebruik van de ogen op de dobbelstenen om mijn som uit te rekenen. Samen maken we een tweede som. Ik schrijf en Syenna rekent de som uit. De derde som maakt ze alleen. Ze stuit op het probleem dat ze niet alle cijfers kan schrijven. We komen tot de conclusie dat we op papier ook de het aantal stippen van de dobbelsteen kunnen schrijven in plaats van het cijfer.
We krijgen gezelschap van Stijn. Stijn rekent met Syenna mee. Bij de vierde som komen ze beide op een andere uitkomst. Ze schakelen een hulplijn in; juf. Ik reken met ze mee en ik heb kom weer op een ander antwoord dan hen….. We nemen de som nog eens onder de loep. Syenna rekent haar som nog eens uit: ze telt de stippen. Stijn kijkt met haar mee: “Je vergeet een stip”. Syenna kijkt naar haar vakje met getekende stippen. Ze komt met een oplossing, maar daar wordt het niet duidelijker van. Het vakje is te klein voor zes stippen. We concluderen dat het handig zou zijn als we toch de cijfers kunnen schrijven als we willen rekenen. Want het zetten van stippen in een klein hokje is gewoon niet ideaal.
We pakken nieuw materiaal en gaan oefenen met het schrijven van cijfers. De een is makkelijk dat lukt in een keer op papier. De twee is wat moeilijker. We oefenen eerst in het zand. Syenna snapt de vorm maar de uitvoer is nog niet helemaal zoals ze hoopt. Ik zie het aan haar koppie. Ik pak haar hand en ik laat het haar voelen hoe we een twee maken. Ik ondersteun de beweging met woorden. Met haar hand in de mijne schrijven we de twee ik het zand: “Eerst z’n koppie, dan zijn lijf, en als laatst z’n pootje”. Als we het samen een aantal keer geprobeerd hebben, schrijft ze zelf in het zand. Ze glundert: daar staat een prachtige twee! Ze pakt haar potlood en er verschijnen nu ook geweldige tweeën op papier. Ze wist wel hoe het moest, ze moest de juiste beweging alleen even voelen.
Ik vraag haar waarom het best handig is om die cijfers te leren schrijven. Syenna kijkt me aan: “Als Sinterklaas wilt weten hoe oud je bent, dan kun je hem dit schrijven”. Ik kijk in haar bloedserieuze gezicht; en ik maar denken dat we aan het rekenen zijn…..
Fanatiek als Syenna is begint ze naar haar overwinning op de twee aan de volgende uitdaging: de drie. Samen ervaren en voelen we hoe je de drie schrijft in het zand. Na een paar keer ervaren pakt ze haar potlood erbij en schrijft. Ze begint te lachen. “Juf! Die is niet goed”. Ze probeert het nog eens en daar is haar drie. Ze kijkt tevreden naar haar werk en glimlacht. Op mijn beurt glimlach ik naar haar, maar ze ziet het niet, omdat ze alweer een nieuwe drie aan het schrijven is.
ER
Heerlijke man, heerlijke lach, geweldige stem.
Happy Saturday night!
ER
Met mijn kleuters praat ik over wat we later willen worden. Ze zijn creatief en de beroepen vliegen me om m’n oren. Een van de meisjes wil graag babydokter worden en dat begrijp ik helemaal. Ze is namelijk sinds kort grote zus. Niek is een inspiratie bron voor een ander, want Niek is inmiddels niet de enige die graag bioloog wil worden. Uiteraard komen de oude vertrouwde bouwvakkers en prinsessen ook voorbij.
“Maar wat wil jij later worden juf?”, wordt mij gevraagd. Ik denk na, tsja wat wil ik later worden….. “Piraat”, oppert Jonas. Mijn ogen beginnen te glunderen; dat lijkt me wel wat. Het idee wordt door een van de meisjes direct de grond ingeboord: “Nee, dat kan niet. Juf is een meisje”. De teleurstelling druipt van m’n gezicht. Jonas en ik kijken elkaar aan en hij laat zich niet uit het veld slaan: “Jawel! Er bestaan ook meisjes piraten!”
Het is duidelijk ik ga naar de piratenschool.
ER
Spiegels heb je werkelijk in alle soorten en maten: klein, groot, vierkant, rond, ovaal, rechthoek, moeders, collega’s, zussen, mannen, vrouwen, vriendinnen, huisdieren, kinderen.
Ik zit lekker in m’n flow. Na al mijn geblog, geklets, en gezever over ontspullen moet ik toch maar eens beginnen. Ik heb echter wel wat stress, want ik moet straks naar balance, terwijl ik net lekker bezig ben. Niet in mijn normale tornado snelheid, maar toch zeker windkracht 10. Mijn vriendinnetje vraagt of ik zo ga balancen. Ik zeg dat ik ga, maar dat ik geen zin heb. En daar houdt ze me een spiegel voor: “Ze zegt dat ik ook niet kan gaan”. Ze heeft gelijk! Ik kan ook niet gaan en gewoon even iets meer rust nemen voor het ‘ontspullen’. Ik zak af naar windkracht 8.

ER