Mijn gouden moment: tikkie!

Tijdens de les in het speellokaal hebben mijn kleuters en ik een spel. Er liggen allerlei ballen door de ruimte verspreid en we hebben vier matten. Er is een tikker. Een aantal kleuters besluit mee te doen met dit spel en de rest gaat klimmen en klauteren.
Het is een plezier van jewelste. Ik zie glunderende koppies en het fanatisme spat er vanaf. Ik zit langs de kant en af en toe geef ik een paar aanwijzingen. Als het spel klaar is mag de tikker een nieuwe tikker uitkiezen. Er zijn een paar kat uit de boom kijkers. Die willen eerst een paar keer het spel gespeeld hebben alvorens ze de taak van tikker op zich durven te nemen. Dat is uiteraard geen probleem. Finn is een slimmerik: “Kies juf. Die is toch sloom”. Dat laat ik me geen twee keer zeggen: “Oh jaaaaaa?”, zeg ik met gespeelde verbazing. Alle jongens roepen uit volle borst en in koor: “Ja”. Duidelijk ze zien deze juf als een slome drol. Daar gaat vanaf nu verandering in komen besluit ik en ik neem de uitdaging, met veel plezier, aan!

Met grote gebaren en veel drama trek ik m’n torenhoge hakken uit en daarna mijn sokken. Nu houden de mannen het echt niet meer en ze gieren het, in de wetenschap dat ik mee zal doen, uit. Ik doen mijn lange haren in een paardenstaart en ik ben er klaar voor. 

We gaan los. De kinderen rennen en ik tik daar waar mogelijk. Het spel is bijna ten einde: op een matje moet nog een pittenzak komen te liggen. Ik besluit dat dit een leermoment is en ik bescherm de mat. Even staat het spel stil. Ze durven hun mat niet af, maar ze beseffen ook dat die ene pittenzak toch echt naar die mat moet waar ik voor sta. Siem en bram nemen de gok. Ze stevenen beide op de pittenzak af. Bram is net iets sneller. Hij pakt de pittenzak, maar ik krijg ‘m te pakken. Nu proberen bram en Syenna het samen: goede poging, maar weer getikt. Bram blijft doorzetten en probeert het nog eens. Hij pakt de pittenzak, Syenna loopt mee als wingman. Bram duikt onder me door en plant de pittenzak op de mat; touchdown!!!!!
Bram: “Juf! Ik was de eerste die onder jou door ging”. Niek: “juf er zijn 20 ballen op de mat”. Ik kijk ‘m aan en glunder: “Hoe weet je dat jongen?”, is mijn vraag. Er volgt een hele uitleg en de som klopt precies. 

Wat houd ik toch van deze spontane leermomenten!

ER

Kleuterpraat: de dokter


Met alle kleuters hebben we de hele klas netjes gemaakt. We krijgen vandaag een echte dokter op bezoek! We hebben er allemaal reuze zin in en we zijn enorm nieuwsgierig.

De dokter trekt haar witte jas aan en ze heeft veel te vertellen. Mijn kleuters zijn dolenthousiast en bijna niet de te houden. De dokter speelt hier leuk op in en we mogen even haar spullen bekijken en proberen. 

Finn heeft een stethoscoop te pakken. Hij luistert naar het hart van een andere kleuter. Als een van de weinige hoort hij ook daadwerkelijk iets tikken: “Ja! Ik hoor een klokje tikken”. 

Finn! Je bent een echte dokter! #Ikrekenhetgoed!
ER

Gouden moment: ziek, zwak en misselijk

  
De griep heerst. Het is een hardnekkig virus en dat merk je. Er ontstaat een ware epidemie. Bij bosjes valt iedereen om. De zakdoeken zijn niet aan te slepen. Mijn collega’s worden een voor een geveld door de griep. Mijn kleuters raken ziek. Soms zijn er ineens vijf kinderen minder. De kinderen die er wel zijn hoesten de longen uit hun lijf, al dan niet met hun hand voor hun mond. Het snot druipt uit den neus. Ze zijn moe, maar ze blijven veelal lachen.  En  ik? Still going strong. 

Nou ja…. Strong is misschien een groot woord. Ik ben niet fit, half. Ik voel me ellendig. Ziek melden is voor deze juf geen optie. Er zijn immers praktisch geen invallers meer te krijgen, dus ik sleep mezelf aan m’n haren naar school.

Ik ben aan het werk. Met mijn kleuters gaan we naar onze “bioscoop”, om een filmpje te kijken. Ik voel me slecht. Alle kinderen kijken naar het Digibord. Ik wil heel even mijn hoofd neerleggen, al is het maar 5 seconden. Ik geef toe aan deze impuls, niemand die het ziet. “Juf, gaat het wel goed met je? Slaap je?”, ik kijk op en zie een bezorgd gezichtje. Ik glimlach. Hij glimlacht terug en geeft me genoeg energie voor de laatste loodjes voor de vakantie. 

ER

Gouden moment: Juf, eet jij vanavond ook op school?


“Juf eet jij vanavond ook op school? vraagt Tim mij. Vanavond is het kerstdiner. De kleuters hebben er enorm veel zin in en ik ook. Ik antwoord bevestigend: “Ja”. Met dit antwoord groeit de brede lach op het gezicht van Tim en slaat hij z’n armen om me heen en geeft hij mij een dikke knuffel.

Elf november was het Sint Maarten. Dit feest werd gevolgd door Sinterklaas en als kers op de taart vieren we kerst op school. Deze periode is de druktste, maar vooral een van de leukste periodes tijdens het schooljaar. Mijn kleuters en ik. Samen zijn we verantwoordelijk voor de sfeer in onze groep. We zingen liedjes, we werken hard, maken grapjes, spelen buiten, huilen en lachen.

Het is donker. Samen met mijn collega’s hebben we de school versierd en onze kleuterhal ziet er prachtig uit. De kleuters druppelen langzaam binnen. Allemaal met een schaal eten. We hebben eten in overvloed. Iedereen ziet er prachtig uit. Soms is het een beetje spannend, maar als iedereen zit, en we hebben even gekletst is de spanning al snel verdwenen. We openen het buffet en een ieder mag pakken wat hij of zij lekker vindt.       Gideon: ” Juf, ik vind deze suiker zo lekker”. Ik zie z’n bord vol met poedersuiker. Er ligt geen pannenkoek onder en de poffertjes liggen ook niet op z’n bord. Hij loopt naar z’n plekje en begint te smullen van z’n bord. Ik twijfel… Vind ik dit oké? Een bord met alleen poedersuiker? Ik besluit dat het vanavond gewoon mag. Ik kijk maar een van de andere kleuters. Hij staat de smullen van het sap van de stoofpeertjes. Mijn kleuters; echte Bourgondiërs.

Het is donderdag. De dag na woensdag. Na het opruimen en het afzakkertje met mijn collega’s ben ik alleen even thuis geweest, om te slapen en heel even te knuffelen met Olivia. Veel te snel moet ik alweer maar mijn werk. De deur gaat open en de kleuters stromen binnen. De laatste dag voordat we vakantie hebben. Een moeder kijkt me aan: “Wat was het gezellig gisteren. Het voelt nu een beetje als the day after”. Ik ben het met haar eens. De kleuters gaan rustig aan het werk, maar ze zijn moe net als ik. We slepen elkaar de dag door. Als we ’s middags buitenspelen plakken een paar kleuters aan me vast. We lopen hand in hand over het plein en zingen kerstliedjes. Er sluiten steeds meer kinderen aan. We gaan weer naar binnen en zitten in de kring voordat we naar huis gaan. “Juf, dit hartje is voor jou”. Wat lief. “We gaan zo naar huis en dan hebben we vakantie. Dan zien we elkaar een hele tijd niet. Ik zal jullie missen”. Ik heb de woorden nog niet uitgesproken, of de eerste kleuters slaan hun armen om me heen. We eindigen de dag in een groepsknuffel.

Ik heb vakantie, maar ik zal ze missen.

ER