Guestblog: Zorgen 3

Het voordeel is, als je vlak bij de luchtmachtbasis woont, dat je eerste rang zit tijdens de luchtvaartdagen. Tenminste bij goed weer, heb je goed zicht op de vele shows, waarbij de diverse teams halsbrekende toeren uithalen. En nog meer voordeel: je hebt geen last van de files en het is helemaal gratis.

De eerste dag probeer ik er dan ook echt van te genieten. Al is de lucht bijna grijs, door de laaghangende bewolking, vanaf mijn balkonnetje, krijg ik toch diverse stunts te zien. Ze vliegen laag, begrijp ik, om het publiek te plezieren. Zijn al die mensen niet voor niets gekomen.

Tegelijkertijd groeit het besef, dat ze daarom de dagen ervoor zoveel geoefend hebben; in een kleiner luchtruim moeten ze hetzelfde kunstje kunnen flikken. Dus daardoor is het gisteren mis gegaan met het Zwitserse team en moest iemand zich met zijn schietstoel in veiligheid brengen….

Het blijven jongens, die mannen van stavast. Ze lijken te spelen, maar voeren met feilloze preciezie de meest hachelijke manoeuvres uit. Zelfs de Burgemeester zei het: “The show must go on! ”

De volgende dag, als ik op mijn kleindochter pas, blijkt maar weer, dat niet iedereen er van geniet. “Ikke bang” roept ze regelmatig bij het horen van al dat donderend geweld in de lucht. Nadat we er samen voor zijn gaan zitten en de voorbijkomende vliegtuigen van de vogels hebben weten te onderscheiden, gaat ze enigszins gerust gesteld toch slapen.

Ik blijf nog even napeinzen. Over de milieuvervuiling, de geluidsoverlast, het militaire vertoon en de verspilling van al die miljoenen. En ik maak me zorgen over het leven en het lot van die jongens. Vooral als er ook nog een keer diverse hulpdiensten met gillende sirenes voorbij razen. Het zal toch niet?

Ik hou mijn hart vast. Totdat een solo piloot er eentje in de lucht tekent en een ander er zijn pijl door schiet. 

Het is rood.

Groet SH

Guestblog: Zorgen 2

Al eerder had ik ze gespot. Twee Scholeksters. Toen wist ik nog niet, dat ze de omgeving kwamen verkennen en dat er meer zouden volgen, maar ik vond het wel vreemd dat ze er waren. Zo midden op het gras, voor mijn flat, op de tussenstrook, tussen het looppad en de weg. Wat moesten zij daar? Ze zouden wel uitgeweken zijn voor de eeuwige territoriumstrijd op hun geboortegrond, economisch gezien waren ze er hier niet beter op geworden.
Laatst zag ik ze weer .Ze vallen namelijk op als Bonte Pieten tussen de meeuwen, kauwen en duiven, die hier eigenlijk ook niet horen, want ze verdringen de mussen, zoals sommige eksters beweren. En nu opeens was er nog maar een. Ik vond het heel zielig voor hem, was hij zijn partner verloren?
Allerlei rampscenario’s voltrokken zich in mijn gedachten.

Was zij verhongerd, verdronken of ergens onderweg gepakt en verkracht, zoals zovelen voor haar?

Totdat ik besefte, dat hij aan het foerageren was. Ik volgde hem met mijn ogen. Keer op keer vloog hij op, om even verderop te landen, op het platte dak van de dichtstbijzijnde parkeergarage. Goed gekozen. Een veilig asiel! Maar waar gaat het heen, als ook de weidevogels zich aan weten te passen aan het stadsleven? Uit onderzoek blijkt dat scholeksterpaartjes hun leven lang bij elkaar blijven en dat sommigen inderdaad op platte met grind bedekte daken broeden, om grondpredatoren geen kans te geven bij het nest te komen. En dat de beste nesten het dichtst bij de beste voedselbronnen, nl die op het wad, liggen: het hokkerterritorium. Degenen, van wie de nesten er wat verder vanaf liggen worden wippers genoemd.
Tegelijkertijd maak ik mij zorgen over de jonkies, die er straks zullen zijn. Hoe moet het als ze gaan lopen en hoe als ze hun vleugels uit willen slaan? Zullen ze dan van het dak af kukelen? Of houden ze zich wel staande, ondanks alle tegenslagen en verleidingen buiten het eigen veilige nest. Een wipper wordt bijna nooit een hokker.

Ik zag er al een paar die uitgevlogen zijn. En wat doen velen het goed , volkomen aangepast ondanks alle gevaren die op de loer liggen. Mag ik dat van ze verlangen? Ja, natuurlijk, want het is ook mijn weidegebied waarop hun ouders zijn gaan scharrelen. Ik zie ze groeien, ik zie hun wereld groter worden; en ik besef dat er genoeg ruimte is voor alle vrije vogels, ook op mijn groenstrookje.

De laatste tijd zie ik ze niet zoveel meer. Ik mag graag denken, dat ze samen over hun kinderen waken, want in tegenstelling tot andere weidevogels zorgen scholeksters goed voor hun floaters.

Ik hoop dat mijn vreemde eenden de juiste keuze hebben gemaakt.

Groet SH

Bronnen:
= Wikipedia
=Levensgeschiedenisbeslissingen, Dik Heg, RU. Groningen,

Guestblog: Zorgen

Vanavond nadat de telefoon en televisie eindelijk zwegen en mijn enig nog thuiswonend kind op bed lag, zat ik nog even op mijn balkon te genieten van mijn rust. Helemaal zen, alhoewel ik weet dat de rust zomaar kan veranderen, omdat we tegenover een brandweer kazerne wonen, aan een drukke straat en in een bepaald niet rustige buurt. Hier hoor je regelmatig sirenes. Om nog maar niet te spreken over de vliegbasis, die vlakbij ligt en de stadsbus die passeert.
Ik keek dan ook niet op van de zwalkende en voor mijn ogen tegen een boom kostende jongen, die er liep, want in het afgelopen jaar heb ik al zoveel van die dingen gezien.

Zo komt er regelmatig een schreeuwende man voorbij, die pal voor de wasstraat tegenover onze flat steeds midden op straat rondjes draait. Hetzij op de fiets of als hij lopend is al joggend. De eerste keer dat ik hem hoorde dacht ik aan een krijsende meeuw of een verongelukte baby, ook al was het midden in de nacht..

Het afgelopen jaar zijn er ook verschillende (bijna) ongelukken gebeurd en politie invallen geweest, hier om de hoek, pal voor mijn neus of in het gebouw.

Dus dit was niet voor ’t eerst dat ik dacht, dat ik er wat aan zou moeten doen.
Vandaag is me verteld dat ik me niet voor iedereen verantwoordelijk hoef te voelen, maar dat zit nou eenmaal in mijn genen. Dus fiets ik met een gerust hart met mijn vriendin mee, die niet meer in haar eentje door de binnenstad durft ’s avonds of ’s nachts in het donker; help ik mee om een onverantwoordelijke scootmobieler overeind te krijgen en wijs ik iedereen in goed vertrouwen de weg. Terwijl er toch ook een steek- of schietpartij was, vlakvoor mijn Appie, terwijl ik daar boodschappen deed. Toen ik er naar binnenging was er al onrust, toen ik er uit kwam, hingen er politielinten. Ik weet het niet, het raakt mezelf niet, maar ik maak me altijd zorgen om anderen.

Alhoewel ik nu wel weet, dat de “schreeuwende man” altijd zichzelf redt; (als er een auto aan komt, gaat hij opzij), wilde ik toch ook weer dat kind van een ander redden. Die brakende jongen. Maar hij was weg. Hoefde ik niet achter hem aan in de kou. Maar zijn moeder! Daar ging mijn compassie naar uit. Ik had mijn laarzen al aan.

Dat is toch niet zo verkeerd? Ik was blij, toen ik stiekem toch nog even voor de zekerheid ging kijken; dat ik mijn eigen zoon slapend in zijn bed aantrof, want hij leek zo op hem.

En stel je voor, dat hij op die manier bij iemand voorbij zou komen.

Dan zou ik toch op zijn minst willen kunnen durven, hopen omwille van mijn kind, dat diegene zich dat dan aan zou trekken en voor hem zou zorgen.

Groet SH