Yummy sunday: RAW steak

Vandaag is het vaderdag, onwillekeurig ga ik terug in de tijd en denk ik aan mijn eigen vader. Vaderdag was niet echt zijn ding, een volledige maaltijd koken ook niet. De wekelijkse boodschappen bestonden meer uit kaas, bier en roze koeken voor ons. Toch kon hij enorm genieten van een lekkere maaltijd en liep hij altijd te kreunen tijdens het eten iets wat Finn van Opa geërfd heeft. Koken kon hij zeker wel en ik weet nog heel goed dat hij mij ging leren om een biefstukje te bakken. 

“Eerst wachten tot de boter gloeiend heet is, Mirelle” 

In mijn onschuld vroeg ik hem hoe je wist dat de boter heet genoeg was. Zulke dingen moet je nou nét aan hem vragen en mijn antwoord kreeg ik. 

“Zo” en hij spuugde midden in de koekenpan “als het spuug verdampt is dan is de boter heet genoeg en kan de biefstuk in de pan”

Deze tactiek ben ik natuurlijk niet gaan gebruiken maar ik vergeet nooit dat de boter heet moet zijn! Het volgende foefje gebruik ik nog wel steeds. Hij leerde me dat je moest tellen, tot zestig op één kant en tot zestig op de andere kant daarna draai je het gas op half en tel je voor elke kant nog eens een keertje tot dertig. Daarna laat je het biefstukje rusten.

Hij deed zijn naam eer aan en at zijn biefstuk raw. Wil je hem medium of well done dan kun je dit makkelijk testen door dit trucje

Food is memories

Fijne vaderdag allemaal,

MR 

Advertenties

Guestblog: Zorgen 2

Al eerder had ik ze gespot. Twee Scholeksters. Toen wist ik nog niet, dat ze de omgeving kwamen verkennen en dat er meer zouden volgen, maar ik vond het wel vreemd dat ze er waren. Zo midden op het gras, voor mijn flat, op de tussenstrook, tussen het looppad en de weg. Wat moesten zij daar? Ze zouden wel uitgeweken zijn voor de eeuwige territoriumstrijd op hun geboortegrond, economisch gezien waren ze er hier niet beter op geworden.
Laatst zag ik ze weer .Ze vallen namelijk op als Bonte Pieten tussen de meeuwen, kauwen en duiven, die hier eigenlijk ook niet horen, want ze verdringen de mussen, zoals sommige eksters beweren. En nu opeens was er nog maar een. Ik vond het heel zielig voor hem, was hij zijn partner verloren?
Allerlei rampscenario’s voltrokken zich in mijn gedachten.

Was zij verhongerd, verdronken of ergens onderweg gepakt en verkracht, zoals zovelen voor haar?

Totdat ik besefte, dat hij aan het foerageren was. Ik volgde hem met mijn ogen. Keer op keer vloog hij op, om even verderop te landen, op het platte dak van de dichtstbijzijnde parkeergarage. Goed gekozen. Een veilig asiel! Maar waar gaat het heen, als ook de weidevogels zich aan weten te passen aan het stadsleven? Uit onderzoek blijkt dat scholeksterpaartjes hun leven lang bij elkaar blijven en dat sommigen inderdaad op platte met grind bedekte daken broeden, om grondpredatoren geen kans te geven bij het nest te komen. En dat de beste nesten het dichtst bij de beste voedselbronnen, nl die op het wad, liggen: het hokkerterritorium. Degenen, van wie de nesten er wat verder vanaf liggen worden wippers genoemd.
Tegelijkertijd maak ik mij zorgen over de jonkies, die er straks zullen zijn. Hoe moet het als ze gaan lopen en hoe als ze hun vleugels uit willen slaan? Zullen ze dan van het dak af kukelen? Of houden ze zich wel staande, ondanks alle tegenslagen en verleidingen buiten het eigen veilige nest. Een wipper wordt bijna nooit een hokker.

Ik zag er al een paar die uitgevlogen zijn. En wat doen velen het goed , volkomen aangepast ondanks alle gevaren die op de loer liggen. Mag ik dat van ze verlangen? Ja, natuurlijk, want het is ook mijn weidegebied waarop hun ouders zijn gaan scharrelen. Ik zie ze groeien, ik zie hun wereld groter worden; en ik besef dat er genoeg ruimte is voor alle vrije vogels, ook op mijn groenstrookje.

De laatste tijd zie ik ze niet zoveel meer. Ik mag graag denken, dat ze samen over hun kinderen waken, want in tegenstelling tot andere weidevogels zorgen scholeksters goed voor hun floaters.

Ik hoop dat mijn vreemde eenden de juiste keuze hebben gemaakt.

Groet SH

Bronnen:
= Wikipedia
=Levensgeschiedenisbeslissingen, Dik Heg, RU. Groningen,

Guestblog: Zorgen

Vanavond nadat de telefoon en televisie eindelijk zwegen en mijn enig nog thuiswonend kind op bed lag, zat ik nog even op mijn balkon te genieten van mijn rust. Helemaal zen, alhoewel ik weet dat de rust zomaar kan veranderen, omdat we tegenover een brandweer kazerne wonen, aan een drukke straat en in een bepaald niet rustige buurt. Hier hoor je regelmatig sirenes. Om nog maar niet te spreken over de vliegbasis, die vlakbij ligt en de stadsbus die passeert.
Ik keek dan ook niet op van de zwalkende en voor mijn ogen tegen een boom kostende jongen, die er liep, want in het afgelopen jaar heb ik al zoveel van die dingen gezien.

Zo komt er regelmatig een schreeuwende man voorbij, die pal voor de wasstraat tegenover onze flat steeds midden op straat rondjes draait. Hetzij op de fiets of als hij lopend is al joggend. De eerste keer dat ik hem hoorde dacht ik aan een krijsende meeuw of een verongelukte baby, ook al was het midden in de nacht..

Het afgelopen jaar zijn er ook verschillende (bijna) ongelukken gebeurd en politie invallen geweest, hier om de hoek, pal voor mijn neus of in het gebouw.

Dus dit was niet voor ’t eerst dat ik dacht, dat ik er wat aan zou moeten doen.
Vandaag is me verteld dat ik me niet voor iedereen verantwoordelijk hoef te voelen, maar dat zit nou eenmaal in mijn genen. Dus fiets ik met een gerust hart met mijn vriendin mee, die niet meer in haar eentje door de binnenstad durft ’s avonds of ’s nachts in het donker; help ik mee om een onverantwoordelijke scootmobieler overeind te krijgen en wijs ik iedereen in goed vertrouwen de weg. Terwijl er toch ook een steek- of schietpartij was, vlakvoor mijn Appie, terwijl ik daar boodschappen deed. Toen ik er naar binnenging was er al onrust, toen ik er uit kwam, hingen er politielinten. Ik weet het niet, het raakt mezelf niet, maar ik maak me altijd zorgen om anderen.

Alhoewel ik nu wel weet, dat de “schreeuwende man” altijd zichzelf redt; (als er een auto aan komt, gaat hij opzij), wilde ik toch ook weer dat kind van een ander redden. Die brakende jongen. Maar hij was weg. Hoefde ik niet achter hem aan in de kou. Maar zijn moeder! Daar ging mijn compassie naar uit. Ik had mijn laarzen al aan.

Dat is toch niet zo verkeerd? Ik was blij, toen ik stiekem toch nog even voor de zekerheid ging kijken; dat ik mijn eigen zoon slapend in zijn bed aantrof, want hij leek zo op hem.

En stel je voor, dat hij op die manier bij iemand voorbij zou komen.

Dan zou ik toch op zijn minst willen kunnen durven, hopen omwille van mijn kind, dat diegene zich dat dan aan zou trekken en voor hem zou zorgen.

Groet SH

Gouden moment: locked in 

  

In de zomer van 2013, was ik zoals elke week onderweg met de trein naar mijn vader in het Zonnehuis waar hij verzorgd werd omdat hij locked in was. Gevangen in zijn eigen lichaam. Helder van geest, maar hij kon niks meer bewegen en dus ook niet praten. Alleen zijn ogen kon hij omhoog en omlaag bewegen en zo moesten we proberen om te leren met elkaar te communiceren. 

Op het station kocht ik een autoblad voor hem. Mijn vader noemde zichzelf vroeger altijd, de beste chauffeur van het Noordelijk halfrond. Misschien kon ik hem daar later wat uit voorlezen?

Aangekomen in het Zonnehuis zat Papa al in zijn rolstoel omdat de logopediste zou komen. Dit was gemakkelijker als er één van ons bij was, want wij konden hem soms beter begrijpen en ook konden we de oefeningen dan later herhalen. 

Aangekomen gaf ik hem een kus en ik begon zoals altijd eerst met mijn wekelijkse routine dan konden we even aan elkaar wennen en dat haalde de emotie uit de lucht. Ik zette de bloemetjes die ik onderweg altijd voor hem plukte in een vaasje en gaf de overige kamerplanten water. Ondertussen kletste ik wat tegen hem aan over de belevenissen van die week en ik las de verslagen van de zusters hardop voor zodat ik wist wat hij had beleefd die week en hij wist wat ik wist.

Ik merkte dat hij die dag erg alert was en de communicatie goed ging. Ik liet hem het autoblad zien welke ik had gekocht en vroeg of hij die wilde doorbladeren. Dit wilde hij wel! Leuk, dus ik draaide zijn stoel naar het raam en hield het magazine op gezichtshoogte. Zijn ogen vraten haast het papier op. Elke keer als hij wilde dat ik de pagina omdraaide keek hij mij rustig aan en keek dan weer omhoog. 

Na een tijdje werd hij moe en hielden we er mee op. De logo kwam binnen en was een beetje boos op ons omdat hij te moe was voor de oefeningen. Ik keek naar Papa en hij gaf mij stiekum een vette knipoog want wij hadden een gouden middag gehad!

Dit is zo ontzettend waardevolle herinnering. Het was één van de weinige momenten tijdens de periode dat mijn vader locked in was dat we echt samen iets konden doen wat vanuit hem kwam. Meestal kwam het vanuit mij omdat hij het niet aan kon geven en wij moesten proberen te ontdekken wat hij bedoelde gestuurd vanuit onze eigen emotie. 

 

MR 

Een traanzaal voor verdriet 

In de traanzaal van je eigen luchtkasteel mag je huilen zonder dat je getroost wordt of huilen omdat het soms gewoon heel lekker is om te huilen. 

In de traanzaal staan de meest prachtige potjes. Allemaal verschillende vormen, kleuren en maten gevuld met tranen. Op die potjes prijken zelfgemaakte etiketjes waarop geschreven staat waarvoor die tranen zijn. Deze week heb ik veel tijd doorgebracht in de traanzaal en sommige potjes bijgevuld;

✔️Het potje voor mijn rug, dat ook deze 1 na laatste behandeling niet genoeg aanslaat.

✔️Het potje voor mijn vijfde kindje, mijn derde kindje in het sterrenrijk. Vandaag vier jaar geleden.

✔️ Het potje voor Finn omdat zijn juffen hem niet zien en zijn veilige wereldje hierdoor zal veranderen.

✔️ Het potje voor Papa, het is bijna vaderdag en ook al was hij geen traditionele vader en vierden we dit nooit. Onbewust wordt je toch weer extra met het gemis geconfronteerd.

Het is zo fijn om een traanzaal te hebben en ik kan vanuit de traanzaal direct doorlopen naar de grote gelukskamer en de bloeiende wenstuin met een enorme dankbaarheidsboom! 

MR

(Handboek voor het bouwen van je eigen luchtkasteel is geschreven door Barbara Tammes  ISBN 9021549417)