Barcelona 

  

“Ik ga misschien een maand voor mijn werk naar Barcelona”, aldus een vriendinnetje van mij. Mijn radaren beginnen gelijk te draaien. Hoe vet, dat ze dat gaat doen. Tegelijkertijd denk ik: ” Ik zoek haar op!” 

Nog geen week later heb ik mijn ticket geboekt. Ik ga vijf dagen naar Barcelona! Eindelijk! Barcelona staat al lang hoog op mijn lijstje en nu gaat het gewoon gebeuren. Iets met kansen grijpen, dromen, pluk de dag.

De voorpret is al begonnen! 

ER

Lijfspreuk

  

“Dance as if no one
is watching”

Ik sta op de dansvloer en leef me helemaal uit. Het kan me niet schelen, of ik volle zalen trek of niet. Ik heb het naar mijn zin, met mijn vriendinnen en de muziek. Echter vind ik het soms wel lastig om te leven volgens mijn eigen lijfspreuk. 

Een observatie van mijn directrice. Ik probeer les te geven, alsof ze er niet is. Alsof ik gewoon alleen ben met mijn kleuters. “Dance as if no one is watching”, schiet het door mijn hoofd. Het helpt, helaas maar een klein beetje. Ik blijf zenuwachtig en me enorm zelfbewust. Na tien minuten lukt het me. Ik laat los dat ze er is. 

In de sauna met mijn vriendinnen. Toch dat ene moment dat die handdoek weer voor het eerst afgaat… “Dance as if no one is watching”…… Wat maakt mij het ook uit. Ik hang mijn handdoek op en stap onder de douche.

Op sommige momenten ben ik enorm zelfbewust en mag ik het meer loslaten, op andere momenten laat ik de wereld z’n gang gaan en doe ik gewoon m’n ding. In de laatste optie ben ik het gelukkigst. 

Ik zet de muziek aan. Ik dans samen met Olivia in de woonkamer. We lachen. Ik ben gelukkig. Aan de overkant zie ik de buren. Olivia en ik trekken ons er niets van aan. Ik zet de muziek een beetje luider en we dansen. 

ER

Proost

  
’s Morgens vroeg in de ochtend, zit ik in de auto om aan het werk te gaan. Ik zing mee met de radio. Q-music. Ik houd ervan in de ochtend. Repeat of niet: Diggy Dex ft. JW Roy – Treur Niet (Ode Aan Het Leven). Dit nummer zit niet voor het eerst in Repeat of niet. Inmiddels kan ik het refrein al aardig meezingen. “Mocht ik heen gaan, ergens, treur dan niet om mij. Maar proost op het leven en treur niet om mij”.  Ik sta stil voor de stoplichten. Ik ben drie minuten van mijn werk vandaan. Ik kijk om me heen; het belooft een mooie dag te worden. Ik heb er zin in. Daar is het refrein weer en ik zing uit volle borst:  “Mocht ik heen gaan, ergens, treur dan niet om mij. Maar proost op het leven en treur niet om mij”. Ineens komt het binnen: “Twee jaar……”.

Mijn tranen weten hun weg naar mijn wangen te vinden. Ik huil. Ik kan er niet bij: twee jaar…… Het is al bijna twee jaar geleden dat mijn vader is overleden. En het leven gaat gewoon verder. Wat is er veel gebeurd in die twee jaar. Ik ben me er ineens enorm van bewust dat mijn vader er al zo lang niet meer is en dat het leven gewoon doorgaat. En dat moet ook, dat is ook goed. C’est la vie. Dat is het leven, maar soms, heel soms komt het keihard binnen en is het verdriet weer zo rauw. Dan lijkt het net alsof het gisteren was. 

“People say it gets better but it doesn’t.
It just gets different, that’s all”.

– Maggie Smith

Ik moet mijn tranen drogen, ik kan niet te lang stil staan bij mijn verdriet. Ik heb nog drie minuten voordat ik op mij werk ben. En mijn directrice komt mij direct om half negen observeren in de les. Ik sluit mijn ogen. Ik slik. Haal diep adem. Ik kijk naar het stoplicht, het is groen. Het leven gaat door. 

Ik zing uit volle borst: “Mocht ik heen gaan, ergens, treur dan niet om mij. Maar proost op het leven en treur niet om mij”. De wereld draait door, zelfs zonder mijn papa. 

ER

Gouden moment: De architect

Met mijn kleuters werken we aan het project bouwen. We leren woorden als bouwtekeningen en architect. We zijn bouwvakkers. We bekijken verschillende huizen en voertuigen die te maken hebben met de bouw. We krijgen van meester Onno een dramales en voor de gelegenheid heeft hij de les volledig aangepast aan het thema. Nu ik zelf alleen maar deelnemer ben aan de les, geeft het mij de gelegenheid om ‘mijn kinderen’ te observeren.

Aan het begin van de les zie ik de kinderen genieten van het poppenkastspel van Pollie Pollepel en de Leeuw. Ogen worden groot wanneer er verschillende stukken, echte gereedschap uit de koffer komen. Britt vindt het geweldig dat zij als eerste een stuk gereedschap uit de gereedschapskist mag pakken. Ze straalt en houdt het trots omhoog, zodat ze het aan ons kan laten zien. Ik kijk de kring rond: check, iedereen is gegrepen door de les van meester Onno. Ik zie overal twinkelende ogen.

De muziek start, we doen alsof we aan het klussen zijn. We dansen, klussen en bewegen op de muziek. De tweeling, dol op klussen, gaat helemaal los. Ik vind het mooi om te aanschouwen, hoe zij de muziek beleven terwijl ze hevig aan de klus zijn. Tegenover mij zit Lucas. Sinds de muziek is gestart stralen zijn ogen niet meer. Hij beweegt niet mee op de muziek. Lucas kijkt bedenkelijk. Ik zie dat hij zich ongemakkelijk voelt. Hij merkt dat ik naar hem kijk. We maken oogcontact: ik glimlach naar hem, maar ik ontvang er geen terug. Hij worstelt ergens mee. Hij zit stil. Hij geniet niet meer van de les. Plots hoor ik hem zeggen: “Ik ben de architect”.  Ik knik heftig, maar Lucas ziet mijn reactie niet. Lucas kijkt vol verwachting naar meester. Met heel mijn hart hoop ik dat meester Onno Lucas begrijpt. Ik hoop dat hij opmerkt dat Lucas een oplossing heeft gevonden, waardoor hij zich nog steeds betrokken voelt bij de dramales. Lucas is de architect, hij heeft de bouwtekening gemaakt, maar hoeft niet te klussen. Hij hoeft niet te bewegen op de muziek, want dat doen de bouwvakkers en niet de architect.

Lucas kijkt vol verwachting naar meester Onno. Hij wacht een reactie af. Hij is nieuwsgierig en ik ook. Meester Onno kijk naar Lucas en hij knikt. “Yes, meester Onno snapt het! Hij begrijpt Lucas en laat hem zichzelf zijn”, schiet het door mijn hoofd. Ik kijk naar Lucas; hij kijkt tevreden. Hij ontspant. Hij zakt weer in zijn stoel, en zijn ogen beginnen weer te twinkelen. Ik ben trots op Lucas: hij heeft een oplossing bedacht voor zijn probleem.

De muziek stopt. Meester Onno rondt de les af. Ik ga met mijn kinderen terug naar de klas. Achter mij hoor ik de zware stem van Meester Onno: “Architect, help jij mij om het gereedschap op te ruimen?” Mijn glimlach wordt nog groter.
ER