Guestblog: LAAT DIE EMMER NOOIT VOORBIJ GAAN

Het is midden in de nacht. Ik loop op blote voeten vanuit de slaapkamer via de overloop de badkamer in om naar het toilet te gaan. Overal ligt zand. Altijd. Het blijft vertrouwd aan mijn voeten plakken. Teruggekomen bij mijn bed veeg ik eerst de onderkant van mijn voeten voordat ik er in stap. Altijd. De volgende dag zie ik dat mijn bed niet verschoond is gebleven. Nooit. Ach, ik wil ook weten dat ik op een eiland woon. Altijd en overal zand. Zand stuift, zand kriebelt, zand vloeit, zand schuurt, zand kruipt, zand plakt. In mijn oren, in mijn haar, in mijn bed, in mijn ogen, tussen mijn billen en mijn tenen, op de vloer, onder mijn nagels, in de auto, in mijn tas, in mijn jaszak, in de wind en in mijn schoenen. Nergens niet. Ergens wel fijn.

Ik neem het mee naar Terschelling. Ik kom er niet vanaf. Ook daar is het zand overal, zelfs in de kerk. Mijn vriendin, de dominee, houdt er een preek. Over zand. Natuurlijk. Ze laat een klein emmertje met zand rond gaan en nodigt iedereen uit daar wat van te nemen. De emmer gaat van hand tot hand, wordt glimlachend doorgegeven. De een neemt een handvol, de ander pakt het als zout tussen vinger en duim. De oude man in de bank naast mij neemt niets uit het emmertje. Hij geeft het direct door. Hij kijkt stuurs. Het zand raakt steeds verder van hem vandaan.

‘Stel je voor’, zegt mijn vriendin, ‘stel je voor dat het zand liefde is. Bedenk eens hoeveel zandkorrels er zijn. Genoeg voor de hele mensheid!’

Ik kijk nog eens naar het vreugdeloze gezicht van mijn buurman. Ik strek mijn arm, toon hem het zand in mijn hand en schenk hem een glimlach. Verbaasd houdt hij zijn hand op. Ik laat van mijn zand in zijn hand vloeien. Hij lacht terug. Breeduit. Hoe en hoelang heeft hij zijn huis zo schoongehouden?

Schurende Kerstdagen en een kriebelig nieuwjaar!

GH

Advertenties

Guestblog: Daar zit ze weer te schrapen!

“Ze zijn er weer, de Tuinvrouwen!” We zijn al een begrip geworden. Mijn zus en ik. We mogen sinds kort de tuin van het woonzorgcentrum onderhouden. Vandaag heeft mijn zus andere verplichtingen. Ik mis haar vertrouwde gezelschap, zoals de fysiotherapeut door het open raam ons gekwebbel mist op de dagen dat we er allebei niet zijn. Vandaag lijk ik het dus (zittend op mijn knieën in een perkje) te moeten doen met de grijsheid van motregen, een vrij krachtige wind en piekergedachten die als sprinkhanen door mijn hoofd gaan. Niets blijkt minder waar.

Een roodborstje is onophoudelijk dichtbij. Geïnteresseerd in de regenwormen die ik steeds weer tevoorschijn tover. Een meeuw wandelt doodgemoedereerd op een meter afstand voorbij. Eigenwijs het tuingereedschap inspecterend.

‘Daar zit ze weer te schrapen!’, roept een breedlachende voorbijgangster vanaf de fiets.

Door de verlegde focus ontstaat langzaam maar zeker mijn speelruimte. Net zoals je onkruid kunt wieden en je  daar iets anders voor in de plaats kun laten groeien, zo kun je niet helpende gedachten schrappen en gelegenheid geven aan een dienend besef. Innerlijke groei.

Het zonnetje komt er af en toe bij. Een regenboog komt en gaat. Gelijk een van de bewoners achter de rollator langs komt schuifelen en genoeg tijd heeft voor een goed gesprek over respect. Ze doopt ons daarin luisterrijk om tot ‘Tuinkabouterinnen’. ‘Wat zoek juhh?! … Guldens of rijksdaalders?!’, roept de volgende humoristische rollatorchauffeuse vrolijk. Geheel verrassend komt vervolgens mijn zus om de hoek aanrijden om mij toch nog met haar collegialiteit te verblijden.

En dan dat tienjarige jongetje op de fiets, met zijn neus in de lucht. ‘Het is alsof we geknuffeld worden door de wolken!’, roept hij. ‘Ze zijn overal om ons heen!!’ Ik kijk zoals hij kijkt. De wolken zijn laag rondom. Ik voel wat hij bedoelt. Mag ik die tuin onderhouden, of onderhoudt die tuin mij? Ik schraap niet alleen het onkruid. Ook mijn keel. Mijn wangen zijn niet enkel nat van de motregen. Al schrapend beleef ik geluk.

GH

Guestblog: Ontmoeting

Hij valt op. Tussen alle andere campinggasten, juist hij. Zijn manier van lopen. Pratend in zichzelf. Zijn handen gebarend. In zijn eigen wereld. Hij lijkt geen notie te hebben van zijn omgeving. En dan toch. Op weg naar het toiletgebouw loopt hij weer langs onze camperbus. “Mag ik de hond aaien?” Jazeker, dat mag. “Hoe heet ze?” Zijn gezicht is naar mij gekeerd, maar zijn ogen schieten heen en weer. Zonder mij aan te kijken. Zijn hele lijf is in beweging, zijn gewicht gaat constant van het ene been op het andere. Ik vertel dat de hond Kicky heet. “Is ze een meisje of een jongen?” Zo gaat het nog even door. Totdat ik zijn volgende vraag “Wat is het voor ras?” beantwoord. Ik vertel dat Kicky een mix is van twee rassen, omdat haar moeder was ontsnapt toen zij loops was. “Oh”, is zijn reactie en zonder plichtplegingen zoals ik die ken, staat hij op en vervolgt zijn gang naar het toiletgebouw. Pratend in zichzelf. Herkauwend, informatie verwerkend.
Ik heb de neiging hem in een hokje te plaatsen. Dat merk ik aan de vragen die in mij opkomen. Aan de conclusies die ik denk te moeten trekken. “Is hij autistisch? Hij maakte immers geen oogcontact? Och wat zal dit kind in zijn leven sociaal gezien veel meer te bevechten hebben dan anderen.” Dat soort vragen. Dat soort gedachten.
Op de terugweg doet hij onze staplaats weer aan. “Maar hoe kon haar moeder dan ontsnappen?” “Hoe oud is Kicky nu?” Na mijn antwoorden eindigt het (wederom oog-contactloze) gesprek weer net zo abrupt als de eerste keer. Ik ben nu een soort van overtuigd van mijn waarnemingen en getrokken conclusies.
Hij komt weer langs. Nu met een teil vol met afwas. “Ik moet de afwas doen.” Het klinkt blijmoedig. Ook zijn tred is uitbundig. Na mijn reactie vraagt hij hoe ik heet. Ik noem mijn naam en vraag zijn naam. Vluchtig kijkt Steff mij na zijn antwoord aan. “Nou Grietje, een fijne dag. Ik ga de afwas doen.” En weg is hij.
Ik stel mijn conclusie over zijn leeftijd bij. Steff is geen basisschoolkind, hij heeft al baardgroei. Hij moet toch al minstens een jaar of 14 zijn. En verlegen misschien? Ik bemerk nog steeds die neiging tot hokjesdenken. En kijk daar komt hij weer aan, met lege handen vanuit de richting van het toiletgebouw. Hij doet onze plek weer aan. “Ik ben de theedoek vergeten”, zegt hij vrolijk. Voordat ik kan reageren, is hij me voor met de volgende vraag. “Hoe heet je man?” Na de uitwisseling van wat informatie is hij weer plompverloren verdwenen. Om terug te komen met een theedoek en een volgende vraag.
Vlak daarna loopt hij voor de zoveelste keer vanaf het toiletgebouw terug naar de plek waar hij met zijn ouders en broertjes en zusje (zo hij heeft verteld) in een caravan verblijft. Heen en weer. “Ik moet nog een theedoek halen, want we hebben niet genoeg”, zegt hij, nog steeds even opgewekt als de eerste keer op zijn weg terug naar de caravan. We? Ik kijk naar het toiletgebouw. Daar staat Steff zijn broer. De eerste indruk die ik van hem kreeg, veroorzaakte niet de neiging tot hokjesdenken. Nu staat die broer grijnzend Steff na te kijken. Ik krijg medelijden met Steff. Wordt onze anders begaafde vriend door zijn broer gewoon gemakkelijk gebruikt als boodschappenjongen?! Inmiddels mag ik hem vriend noemen, want Steff heeft mijn man en mij eerder al laten weten dat hij blij is met ons als vrienden.
Nog meerdere malen komt Steff met vragen en verhalen. Enthousiast geeft hij uitleg over het spel dat hij met anderen speelt op internet. En hij stelt zijn hele familie aan ons voor. Hij vindt het jammer dat wij weer gaan vertrekken. “Ik kom jullie nog wel gedag zeggen, morgenochtend. Hoe laat vertrekken jullie?” “Tien uur.” En weg is hij weer. Ook wij zullen hem missen.
En ja hoor, op de ochtend van ons vertrek is hij er. Met zijn tablet. “Dag Jan en Grietje, een goede reis!” Ik krijg een hand en kort oogcontact. Jan krijgt een knuffel. “Ik ga mijn spel spelen op de tablet! Ik hoop dat de wifi-verbinding goed is vandaag!” Pratend in zichzelf loopt hij richting de campingreceptie.
Wij pakken in en rijden richting de uitgang van de camping. En daar zit hij. Puur, zonder misleidend imago. Hurkend geleund tegen de buitenmuur van de receptie. Geconcentreerd en tevreden. Zijn spel spelend. Een koptelefoon over zijn oren. Zijn hand past nog net tussen zijn voorhoofd en de tablet, als bescherming tegen de zon. Dit beeld brengt mij tranen van geluk.

Ik ging hokjesdenken, ik kreeg medelijden. Was dat allemaal nodig? Wie zou er eigenlijk in een hokje geplaatst kunnen worden? Zijn broer? Ik? Kind je hebt me geraakt. In eenvoud, in kracht. Wat een mooi, vrij, voorbeeldmens ben je. Geen hokje voor jou, maar respect. Dank je, Steff.

GH

Guestblog: Spontaan

Ik ben naturist. Ik loop, kortgezegd, dus graag in mijn blootje in de zon en zwem graag zonder kleren in natuurwater. Nadat vele gesprekspartners vertellen er niet aan te moeten denken om er ook naar toe te gaan, wordt mij vervolgens het hemd van het blote lijf gevraagd over hoe het er aan toe gaat op een naturistencamping. Ieder zijn ding, denk ik altijd.

Via een advertentie in de Wereldgids Naturistenvakanties kom ik, onderweg naar Zuid Frankrijk, met mijn gelijkgestemde echtgenoot aan in het dorpje vlakbij de beoogde naturistencamping. Echter zonder dat we het gepland hebben, rijden we onverwacht op het parcours van de tijdrit die de volgende dag gereden gaat worden in het kader van de Tour de France. Iets verderop zien we veel volgers van de Tour hun camper de berm inrijden. Na een korte blik van ‘zullen we?’ staan wij ertussen. Dit is voor ons het verrassende en verrijkende van een campervakantie: spontaan in de gelegenheid zijn om sfeer te proeven! De volgende dag genieten we, alsof we echte Tourfans zijn.

Wederom via die Wereldgids Naturistenvakanties komen we enkele dagen later aan bij een ons onbekende camping aan de Middellandse Zee. We hebben er zin in. Natuurwater om in te zwemmen! We zijn verbaasd dat de camping wordt bewaakt met automatische wapens door medewerkers van Police Nationale. Dat is absoluut niet wat we van de relaxte sfeer van andere naturistencampings gewend zijn.

Bij het ons aangewezen staplekje aangekomen, worden we gewenkt door een echtpaar. Ze ‘camperen’ in het zelfde merk bestelbus als wij. We wisselen enthousiast de voordelen ervan uit. Vervolgens waarschuwt de vrouw ons: Jullie weten toch wel op wat voor camping je terecht bent gekomen? Wij beginnen juist op dat moment daaraan te twijfelen en worden al snel wijzer gemaakt, want híer blijkt het ’s avonds te gebeuren. Wat ‘het’ is, is ons nog niet helemaal duidelijk, maar het heeft met ‘sexy’ te maken. Het lukt ons niet om de beelden rond sexy en naturisme met elkaar te verenigen, maar ja, we hebben vooruit betaald voor de overnachtingen én we zijn Nederlanders… Rond etenstijd besluiten we aarzelend om dan maar weer spontaan sfeer te gaan proeven en lopen naar het centrum. 

Er loopt een blote man. Is hij zijn hond kwijt? Die vraag komt spontaan bij mij op wanneer ik de halsband om zijn nek ontdek. Maar nee, later zie ik hem weer lopen, aangelijnd en geleid door een vrouw die als een rollade in een netjurkje gestrikt zit. Mijn aandacht wordt vervolgens getrokken door een stel in sm-kleding dat flink de pas er in heeft. Zij leidt hem trekkend aan zijn geslachtsapparaat het centrum binnen en hij spreidt stijfjes zijn lust ten toon aan mijn spontane verbazing. Mijn onwennige blik verspringt verschrikt, maar ik weet niet waar wél te kijken. Ik ben naar het zich laat aanzien geen voyeur. 

Ieder zijn ding, bespreken mijn man en ik. Waarbij we tot de ontdekking komen dat een dergelijke camping in de toekomst voor ons beiden niet op het verlanglijstje staat. Relatiecrisis getackeld. 

We druipen af. Langs die (keurig klassiek gekapte) ongeveer 60-jarige dame, die je overdag in een mantelpakje als directrice van een verzorgingshuis zou verwachten. Zij zit in haar doorkijkjurkje met haar gelijk-geklede man te eten en kijkt verwachtingsvol om zich heen, zoekend naar bewonderaars. Bewonderenswaardig genoeg hangen haar tepels net niet in haar bord. 

Ook exhibitionisme blijkt niet mijn ding. Op deze camping hou ik natuurlijk mijn kleren aan. Ik ben per slot van rekening naturist!

GH

PS: De naam en locatie van de camping zijn bekend en opvraagbaar bij mefrouw.

Mooie woorden: Heliophilia

Mijn tante maakte als een echte “early bird” deze fantastische foto op zaterdagmorgen 25 juni 2016 tussen 5 en 6 uur bij zonsopkomst aan de Noordzee kant van Vlieland.

MR: Jammer dat die mensen die daar zeilen deze foto waarschijnlijk nooit zien. Wat mooi!

GH: Zo denk ik ook altijd😀 Had ik maar een email-adres..

Afgelopen maandag kreeg ik een app-je met deze link.

MR: Hij gaat bijna viral die foto ik hoop dat die kapitein gevonden wordt!!

GH: Ja onwijs😮😃

Wat een opmerking van jou en een foto van mij te weeg kunnen brengen😃👍

De schipper is trouwens nog steeds niet gevonden maar ik vond wel een mooi woord voor bij deze foto! 

Heliophilia 
-love of sunlight-

MR