Guestblog: Franse charme

Ze zijn dwars door de dubbele ramen hoorbaar. Een man en een vrouw. Een luidruchtig, ruziemakend echtpaar. En dan doet ook hun hond een duit in het zakje, luid blaffend. Dat maakt dat Kicky, onze hond, vanuit de achtertuin linea recta naar haar plekje in de vensterbank van de woonkamer spurt om polshoogte te nemen. We zitten op de eerste rang.

Te laat, pas nadat de man en de vrouw afzonderlijk van elkaar stomend hun weg vervolgen, herinner ik mij een ontmoeting in Frankrijk, tijdens de zomervakantie van dit jaar.

Hij blokkeert het pad tussen de weilanden, waar ik met Kicky wandel. Zijn vermoedelijke baas verzorgt in een naastgelegen weiland de schapen, in het gezelschap van twee andere niet geïnteresseerde honden. De Border Collie  staat daar maar terwijl ik nader. Roerloos met zijn kop naar beneden. Letterlijk en figuurlijk mooi van lelijkheid. Een halve staart, een zwarte vacht en een gezicht als van een blaarkop-koe. Zijn blik intens en onpeilbaar. Kicky wil hem met de staart tussen de benen ontlopen en aan de hand daarvan begin ook ik te twijfelen aan zijn bedoelingen. Vlak voordat wij passeren, komt hij in beweging. Eerst zijn gehavende staart, klein kwispelend. Vervolgens sjokt hij naar Kicky toe en inspecteert haar vergezeld van zachte lichaamstaal en Kicky ontspant. Er zit blijkbaar geen kwaad in deze hond.

Anderhalf uur later loop ik over een steil bospad omhoog richting de weg. En daar staat hij weer, tot mijn verraste verbazing. Kicky rent kwispelend op hem af. De vreugde is wederzijds. Bij de weg aan gekomen ga ik rechtsaf en hij steekt doodgemoedereerd over naar een boerderij waar de auto staat, die bij de vorige ontmoeting naast het weiland stond. Op de routebeschrijving staat dat ik het eerste pad links moet nemen. Dus aan het einde van een lange, hoge heg sla ik met Kicky linksaf. Meteen links van het pad, aan de andere kant van die heg, komt onze nieuwe vriend alweer zo verassend te voorschijn. Nog steeds zonder haast, met zijn kop naar beneden sjokt hij weer naar ons toe en staat op een paar meter afstand stil. Hij doet zijn kop omhoog en nu komt het:

“Woef”…, zegt hij. Dat is alles. Eén enkel woord. Eerder zacht dan hard en zonder agressie. Het lijkt niet eens uit zijn keel te komen. Het is slechts verbaal, het woord wordt niet vergezeld van ontblote voortanden of aangezette spieren. Gewoon rustig, zonder klemtoon. Het is niet eens een blaf, maar liever het geven van helpende feedback. Niet gemotiveerd, maar meer omdat het moet en tegelijk duidelijk: dit is niet het pad dat wordt bedoeld in de routebeschrijving. Dit is het terrein van zijn roedel. Hij heeft zich op zijn eigen vredelievende wijze van zijn taak gekweten. Ik heb door het voorbeeldige zijn van deze hond aan dat ene woord genoeg en respecteer lachend zijn grenzen.

Leerzaam voor de mensheid en een gemiste kans daarnet. Ik had naar buiten kunnen lopen en ik had op die vredelievende manier de ruziënde echtgenoten feedback kunnen geven: “Woef”.

GH

Guestblog: HYPOCRIET?

Ik mep muggen. Ik mep ze dood met genoegen, moet daar aan toegevoegd worden.

‘Wham!’ klinkt het. “Ha, raak!”, roep ik. ‘Klets!’ Nog een! “Zo, irritant beest!”, mopper ik.

Het bloed en de restanten van wat was, veeg ik zonder berouw van de wanden. De vliegenmepper, het moordwapen leg ik weg (voor het grijpen dan natuurlijk), spiedend of ik ze deze ronde nu werkelijk allemaal heb gehad, want muggenmededogen ken ik niet.

Nu ik me heb ontdaan van mijn plaaggeesten open ik Facebook op mijn telefoon. ‘Effe chillen op de bank’. De eerste scroll-beweging stopt bij een filmpje (het geluid heb ik standaard uit staan). Ik beoordeel altijd in een paar fracties van een seconde of ik een filmpje wil bekijken. Mijn brein registreert deze keer ‘een man die met een hond speelt’. Dus ik kijk een paar fracties langer en besef daarin dat de hond is vastgebonden en ik probeer nog steeds het spel te snappen. De bliksem slaat in op het moment dat ik besef dat de man niet een speeltje, maar een gasbrander in zijn hand heeft en deze op de hond richt, welke de hond kansloos probeert te ontwijken. Geen sprake van een spel, gewoon pure mishandeling, waar mijn slokdarm en maag acuut van in de knoop raken. Mijn telefoon smijt ik aan de kant. De berichten over het Chinese hondenvleesfestival, die ik de afgelopen tijd zo bewust heb gemeden, heb ik zojuist allemaal tegelijk ‘gelezen’ in die 2 seconden film.

Ik heb behoefte aan nazorg. Dus ik open de reacties op het filmpje. De man wordt daarin figuurlijk afgebrand, maar ook wordt hem dat letterlijk toegewenst, om hetgeen wat hij de hond aandoet. Er is echter ook iemand die schrijft dat we niet moeten vergeten wat we hier met varkens doen. Deze schrijver benoemt tevens de verschillen in cultuur en dat we dat zouden moeten respecteren. Er is weinig bijval voor deze mening te vinden.

Verrassend snel creëert mijn brein een muggenmepmovie. En daarbij nogal wat vragen: Wat is het verschil? Is het oké, dat wat ik met muggen (lees: alles wat vliegt én steekt of kriebelt, behalve vlinders en bijen enzo) doe, omdat ik dat van jongs af aan zo heb meegekregen? Zo ja, waarom zou dat wat die man uit China met de hond doet niet oké zijn? Waarom mag kat een vogel doden en eten? Valt muggenmeppen misschien ook onder instinctief gedrag? Honden levend verbranden toch zeker niet?

Ik kom er niet uit. Ik weet het écht niet.

Wat ik wel weet is dat ik het filmpje liever niet had gezien en dat ik die man dan nog liever had zien muggenmeppen.

GH (=hypogrietje)

Ideaalbeeld

Het onweer was er ineens. Zonder waarschuwing vooraf begon het te donderen en te plenzen. Zo loom als ik vlak daarvoor op het zonnebed lag, zo haastig zocht ik vervolgens een onderkomen. Net als de andere saunabezoekers. Boeken, tijdschriften, handdoeken en slippers werden bijeen gegrist en op een drafje ging iedereen naar binnen.

Behalve zij. Daarom viel ze me op. Ze bewoog anders. Op geleide van de onthaasting van de ouderdom. Te midden van het losgebarsten tumult stond ze gebukt over het zonnebed haar spullen te vergaren. Gestaag en doelbewust. Haar gerekte borsten reikten tot aan haar rimpelige knieën. Haar uitstraling, zonder spoor van gene of verbloeming, reikte nog verder, want ik verkeerde in een onvergetelijk moment van diepe bewondering voor haar vrouw-zijn. ‘Daar wil ik ook naar toe, naar die staat van zijn’, dacht ik toen.

En dat is nu meer dan 10 jaar geleden. Het voorleven van vrouw-zijn, zoals deze vrouw dat deed, lijkt van steeds groter belang in onze zogenoemde welvaartsmaatschappij. Een maatschappij waarin het grote geld ons voorspiegelt wat wij vrouwen allemaal nodig zouden hebben. Fillers, borstimplantaten, schaamlipcorrecties, haarverf, anti-aging cremes enz. Een ideaalbeeld. Met als doel vrouwen aan te moedigen de strijd tegen de ouderdom aan te gaan.

Gelukkig blijft er altijd keus. Tussen uiterlijk kapitaal en de rijkdom van innerlijke vrede bijvoorbeeld.

Wie pakt de winst?

GH

NB Medisch noodzakelijke ingrepen staan wat mij betreft los van deze beschouwing

Guestblog: SOMS HEB JE ER WAT MEE

Ze zagen ons niet. We konden heel hard

‘Joehoe!’ en ‘Hallo!’

roepen, maar ze zagen ons niet. De toeristen, die over het schelpenpad tussen de IJsbaan en de Lutinelaan reden of liepen, deden natuurlijk wel hun best, maar ze toch zagen ons niet. Wij zaten in de boom. Tussen de bladeren.

Onze boom. Een echte klimboom. Met sterke betrouwbare takken. ‘Badgasten bespieden’ was een van onze favoriete bezigheden. De ene keer was ik met mijn oudere zus, van wie ik het spelletje leerde. De andere keer met mijn vriendin of mijn buurmeisje. Giechelend om de verbaasde gezichten met zoekende blik. Wat een vaak herhaald plezier voor ons als lagere schoolkinderen.

Hele gesprekken voerden we in die boom. Gedurfde kunsten werden vertoond. Ik keek op tegen mijn zus, die maar steeds hoger durfde te klimmen. We hingen ondersteboven, met losse handen, een tak in de knieholten geklemd.

Wachtend op de volgende slachtoffers.

Diezelfde boom bood bescherming, toen mijn vriendin en ik bang waren voor een man die ons volgde. Diezelfde boom probeerden we te bereiken wanneer we het duin af kwamen sleeën en tot over het schelpenpad gleden. Diezelfde boom, waar ik mijn kinderen en kleinkinderen in leerde klimmen, als stille getuige van het strammer worden van mijn lijf.

Een paar weken geleden liep ik met de hond aan het einde van het bospad dat uitkomt bij die boom. Er was licht. Verontrustend veel licht. De boom was geveld. Snel en vakkundig in stukken gezaagd. De delen van de takken netjes gestapeld. De boom die jarenlang jeugdherinneringen heeft bewaakt en als vanzelfsprekend de tand des tijds en vele stormen heeft doorstaan. Voorbeeldig.

Ik onderken het belang van natuurbeheer. Er zijn geen verwijten. Enkel besef. Besef van wederom een stukje ontworteling van mijn jeugd. Deze overdenking is een afscheid van de boom, die stond voor veel.

Met welke boom heb of had jij wat?

GH

Guestblog: Drie generaties condooms

Een beerput opentrekken. Geheime details in openbaarheid brengen. Dat zou ik gewoon eens vaker willen doen. Aan de koffietafel bij mijn ouders bijvoorbeeld.

Mijn zus vertelt dat haar huis anno 2017 wordt aangesloten op het riool. De beerput is eindelijk verleden tijd. Met die mededeling trekt ze nou net het deksel van die spreekwoordelijke put, want mijn vader weet als eerste over dit onderwerp wel iets te vertellen. Natuurlijk. Hij begint al te lachen voor zijn verhaal begint.

Over meneer X, die aan de Havenweg op Vlieland woonde met zijn nieuwe huishoudster. Lang geleden, want mijn vader was nog een kwajongen. Hij speelde met een kameraadje overal en nergens. En zo belandden ze bij de beerput achter het betreffende huis. Het deksel moest er af. Natuurlijk. Het verhaal leert niet wat ze verwacht hadden te zien, maar verrassend genoeg staken een heleboel ballonnetjes fier boven de stinkende massa uit. “Nou meneer X doet het nog aardig”, concludeerden mijn vader en zijn vriendje na grondige inspectie.

Mijn moeder doet ook een duit in het zakje. Zij had in die tijd nog nooit een condoom gezien, maar weet met een ondeugende glinstering in haar ogen wel te vertellen dat er vaak om theezakjes gevraagd werd in het plaatselijke warenhuis. Enthousiast vertel ik daarop dat in onze tijd een vriendin met extreem lange vingers (letterlijk en figuurlijk) de enige Durex-automaat in het dorp plunderde en daarmee haar vriendenkring gratis bescherming bood. En dat doet mij vervolgens denken aan mijn dochter, toen ze 5 jaar oud was. Ze had een portemonnee gevonden op het Kerkplein. Ik haalde hem leeg en noemde hardop wat ik zag: een foto, wat kleingeld, een werpster en …. “Een condoom!!”, vulde ze zonder aarzeling aan op het moment dat ik het ding tevoorschijn trok en die splitsecond nadacht ‘wat’ er van te maken. Natuurlijk.

Moraal van dit verhaal: van het open trekken van een beerput, word je wijzer. Of zwanger? Zoiets.

Vrij vrolijk en veilig

GH