Guestblog: Spontaan

Ik ben naturist. Ik loop, kortgezegd, dus graag in mijn blootje in de zon en zwem graag zonder kleren in natuurwater. Nadat vele gesprekspartners vertellen er niet aan te moeten denken om er ook naar toe te gaan, wordt mij vervolgens het hemd van het blote lijf gevraagd over hoe het er aan toe gaat op een naturistencamping. Ieder zijn ding, denk ik altijd.

Via een advertentie in de Wereldgids Naturistenvakanties kom ik, onderweg naar Zuid Frankrijk, met mijn gelijkgestemde echtgenoot aan in het dorpje vlakbij de beoogde naturistencamping. Echter zonder dat we het gepland hebben, rijden we onverwacht op het parcours van de tijdrit die de volgende dag gereden gaat worden in het kader van de Tour de France. Iets verderop zien we veel volgers van de Tour hun camper de berm inrijden. Na een korte blik van ‘zullen we?’ staan wij ertussen. Dit is voor ons het verrassende en verrijkende van een campervakantie: spontaan in de gelegenheid zijn om sfeer te proeven! De volgende dag genieten we, alsof we echte Tourfans zijn.

Wederom via die Wereldgids Naturistenvakanties komen we enkele dagen later aan bij een ons onbekende camping aan de Middellandse Zee. We hebben er zin in. Natuurwater om in te zwemmen! We zijn verbaasd dat de camping wordt bewaakt met automatische wapens door medewerkers van Police Nationale. Dat is absoluut niet wat we van de relaxte sfeer van andere naturistencampings gewend zijn.

Bij het ons aangewezen staplekje aangekomen, worden we gewenkt door een echtpaar. Ze ‘camperen’ in het zelfde merk bestelbus als wij. We wisselen enthousiast de voordelen ervan uit. Vervolgens waarschuwt de vrouw ons: Jullie weten toch wel op wat voor camping je terecht bent gekomen? Wij beginnen juist op dat moment daaraan te twijfelen en worden al snel wijzer gemaakt, want híer blijkt het ’s avonds te gebeuren. Wat ‘het’ is, is ons nog niet helemaal duidelijk, maar het heeft met ‘sexy’ te maken. Het lukt ons niet om de beelden rond sexy en naturisme met elkaar te verenigen, maar ja, we hebben vooruit betaald voor de overnachtingen én we zijn Nederlanders… Rond etenstijd besluiten we aarzelend om dan maar weer spontaan sfeer te gaan proeven en lopen naar het centrum. 

Er loopt een blote man. Is hij zijn hond kwijt? Die vraag komt spontaan bij mij op wanneer ik de halsband om zijn nek ontdek. Maar nee, later zie ik hem weer lopen, aangelijnd en geleid door een vrouw die als een rollade in een netjurkje gestrikt zit. Mijn aandacht wordt vervolgens getrokken door een stel in sm-kleding dat flink de pas er in heeft. Zij leidt hem trekkend aan zijn geslachtsapparaat het centrum binnen en hij spreidt stijfjes zijn lust ten toon aan mijn spontane verbazing. Mijn onwennige blik verspringt verschrikt, maar ik weet niet waar wél te kijken. Ik ben naar het zich laat aanzien geen voyeur. 

Ieder zijn ding, bespreken mijn man en ik. Waarbij we tot de ontdekking komen dat een dergelijke camping in de toekomst voor ons beiden niet op het verlanglijstje staat. Relatiecrisis getackeld. 

We druipen af. Langs die (keurig klassiek gekapte) ongeveer 60-jarige dame, die je overdag in een mantelpakje als directrice van een verzorgingshuis zou verwachten. Zij zit in haar doorkijkjurkje met haar gelijk-geklede man te eten en kijkt verwachtingsvol om zich heen, zoekend naar bewonderaars. Bewonderenswaardig genoeg hangen haar tepels net niet in haar bord. 

Ook exhibitionisme blijkt niet mijn ding. Op deze camping hou ik natuurlijk mijn kleren aan. Ik ben per slot van rekening naturist!

GH

PS: De naam en locatie van de camping zijn bekend en opvraagbaar bij mefrouw.

Mooie woorden: Paralian

                         – Paralian-
                   a dweller by the sea

Dit mooie woord komt uit het Grieks. De betekenis is: iemand die aan de zee woont. Ik heb mijn jeugd doorgebracht aan de zee, twee zelfs de Noordzee en de Waddenzee. Gelukkig word ik bijna dagelijks getrakteerd op de mooiste foto’s van het eiland omdat mijn familie nog op Vlieland woont en ze als hobby fotograferen hebben. Van mijn tante mogen we een aantal prachtige foto’s met jullie delen, dank hiervoor.

Geniet!

                        – Paralian-

                   a dweller by the sea

MR en AK

Guestblog: Het leugenaarsbankje

Over mannen wordt over in het algemeen beweerd, dat ze niet praten, maar in de praktijk blijkt dat toch een ietsje pietsje anders te liggen. 

In vergaderingen bijvoorbeeld, blijken de mannen het langste en het meest aan het woord te zijn; en over voetbal raken ze nooit uitgepraat. Kijk maar eens naar alle voor- en nabeschouwingen op tv, of al die programma’s over sport, die de klok slaan. De hoofdmoot is voetbal. 

Ook in “praatprogramma’s” op tv, komen hoofdzakelijk mannen aan het woord.
Dus waar komt dan, dat wijdverbreide misverstand vandaan?

Nou, bij ons natuurlijk. Wij vrouwen vinden dat.

Ze praten dus wel, maar niet over de dingen, die wij belangrijk vinden. Die ons interesseren. We laten ze wel graag aan het woord, maar niet over auto’s of sport, want ze moeten van ons, over gevoelens en emoties praten.

Maar dat lukt ze vaak niet, dus dan zoeken ze elders hun heil.

Vooral oudere mannen hebben daar een bij uitstek geschikte plek voor gevonden. 

De leugenaarsbank!

Dat is niet perse een bankje, maar wel een plaats waar ze kunnen samen komen, bij voorkeur ergens waar het lekker druk is, waar veel te zien is; zeg maar. 

Zodat ze toch nog iets te zien hebben om over te praten, als het gesprek onverhoopt even stil valt.

Dat kan zomaar in het park zijn. Of bij de boot. Of op het station , of in het winkel centrum; als er maar wat te zien is. Een hangplek voor ouderen noemen ze dat tegenwoordig. Zelfs de bibliotheek schijnt er niet vrij van te zijn.
Regelmatig fiets ik er weleens langs. En dan vraag ik me steevast af, waar ze het over hebben, die kerels van stavast.. Die oerhollandse jongens, die geen koffiehuis hebben, om zich in te verschansen, maar wel elke dag op hun post staan. Hangend over hun scootmobiels.

Hebben ze het over het wereldleed? De vrouwen in hun leven? Of toch gewoon over alles wat voorbijgaat….

Of, al verder prakkiserend, terwijl ik ze gedag zwaai, komen er andere vragen naar boven: Over alle leugens, die ze in hun leven opgedist hebben.? Alle sterke verhalen, die nog een keer verteld moeten worden? Het heet toch niet, voor niets zo? Zo’n bankje?

En dan denk ik aan het eventuele lot van alle ( jonge) mannen die ik nu ken: straks, samen op zo’n bank.

Gelukkig is “praten ” onder de jongens vantegenwoordig, en dus ook bij de toekomstige generaties, meer wijd verbreid, want, ze worden over het algemeen meer opgevoed door vrouwen. 

De meeste leerkrachten op de basisschool, op dit moment: zijn vrouwen. 

Veel jongens groeien op in een eenoudergezin, waarbij de moeder aan het hoofd staat. 

Pas op de middelbare school komen de afgezaagde, uitgebluste, blanke mannen van middelbare leeftijd in beeld, waar ze zich tegen af kunnen zetten. 

Daarmee zullen ze zich, hoop ik, wel redden . De nieuwe mannen.

Om te leren praten.

Ik heb hoop voor de toekomst.

Groet, SH

Bronnen: Margriet, Libelle, Linda, HP/De tijd, Metro, Volkskrant,

de Huis aan Huis,LC , AD , mensen; live blogs. en de Telegraaf. Enzovoorts. 
PS. Sorry Jan

Zomercolumn Leeuwarder Courant

Een tien

Op het eiland was het voor ons als pubers heel duidelijk hoe de verhoudingen lagen; in de winter versierden we elkaar; in de zomer was het jachtseizoen op de badgasten geopend.
Giebelend stonden wij als tienermeisjes op wisseldagen bij de boot. Het was altijd weer spannend als de loopplanken werden uitgelegd en de eerste horde aantrekkelijke jongens de veerdam op dromde. Ze kregen cijfers en wij mochten die geven, al hebben zij dat nooit geweten. Omgekeerd werd de nieuwe lichting meisjes beoordeeld door onze wintervriendjes. “Vers vlees” noemden zij deze. In de schaarse vrije uurtjes tussen onze vakantiebaantjes en het rondhangen in de jeugdsoos door, was dit een aangenaam tijdverdrijf.

Er was niks mis met deze gang van zaken en voor mij had dit nog jaren zo voort kunnen kabbelen, maar toen kwam HIJ voorbij in de zomer dat het allemaal begon. 

Een knappe jongen was het, met bruine ogen en donker schouderlang haar; stoer, groot en met een leuke uitstraling. Duidelijk een acht, wellicht een negen en met een beetje geluk een tien, maar dan moest hij nog wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Bij wat navraag bleek dat hij; voor een langere periode zou blijven; maar twee jaar ouder dan ik was en een goed gevoel voor humor had. Zijn lijzige stem maakte bij onze eerste echte kennismaking het plaatje compleet: een negen! Zeker weten, totdat hij een tijdje later, na dagenlang flirten, elkaar uitdagen, aantrekken en weer afstoten, demonstratief mij verkoos, boven mijn vriendinnen, die ook op hem vielen. Toen werd het een tien. Definitief.

Zinderende zomers beleefden we, mijn tien en ik. Hopeloos verliefd, hand in hand dwalend in de bossen en de duinen, ravottend op het strand. Er waren droppings en kampvuren. Zonsondergangen bij de vuurtoren en zoenen achter de dijk. Nooit kwam hij bij mij thuis, of ik bij hem op het kampeerterrein; ons dagelijks leven hielden we net als de winterperiode zorgvuldig afgeschermd. 

Bij elk afscheid huilden we tranen met tuiten, maar daarna hoorden we merkwaardig genoeg niets van elkaar. We hadden kunnen schrijven of bellen, maar adressen of telefoonnummers wisselden we niet uit. Als bij afspraak vroegen we ook nooit wat de ander al die tijd had uitgevoerd, zelfs niet hoe het op school ging. Een foto had ik van hem en soms haalde ik die stiekem even te voorschijn om er smachtend bij te zwijmelen, maar de rest van de tijd besteedde ik aan belangrijker zaken. Tenslotte waren er geen beloftes van eeuwige trouw gedaan.

Onze liefde bestond alleen in de zomer. Vrolijk, speels en onnavolgbaar. Een verrassing als hij terugkwam, een gemis toen hij voorgoed wegbleef.

Jaren later kwam ik hem weer tegen: hij trok een bolderkar vol kinderen en ik was allang getrouwd met mijn eerste vriendje, maar we stelden geen vragen; we haalden herinneringen op. Met wie zou je die anders kunnen delen? De vlinders begonnen (bij mij althans) onmiddellijk weer te kriebelen.

Mijn vakantieliefde scoorde nog steeds hoge ogen!

SH

Guestblog: Mobieltje

Nou ik heb er een, hoor. 

Een smartphone

Het heeft een aantal mensen wat moeite gekost om mij van het gemak ervan te overtuigen, maar nu eindelijk dan toch, heb ik er een. 

Het is de oude van mijn zoon. Die met het scherm, wat helemaal aan gruzelementen was. En met die batterij, die steeds voortijdig leeg liep. Maar dankzij een handige schoonzoon is dat allemaal hersteld en nu heb ik ‘m dan.

In de praktijk heeft hij zijn nut al bewezen, omdat ik er mee kan appen. Dus dat is wel een voordeel. Je schijnt er ook goeie foto’s mee te kunnen maken. En ik lees mijn email er wel eens op. Dus ja, eigenlijk ben ik er alleen maar mee op vooruit gegaan.

Wat zeur je dan, zou je zeggen. 

Nou, ik durf het nauwelijks te bekennen, maar ik mis mijn oude mobieltje, wat ik al tien jaar had. Dat lag zo lekker in de hand. Paste precies in mijn broekzak. Had ik altijd bij me. Hoefde ik maar een keer per week op te laden. Het was mijn horloge, wekker en kookwekker. Met die oh, zo vertrouwde ringtonen, waardoor ik precies wist of ik gebeld werd of een smsje kreeg en waar mijn jongste kleindochter op danste. Met de foto van mijn 11 jarige zoon, glunderend met een bos bloemen in zijn armen na het lopen van de avond vierdaagse, als screensaver. Met al die bewust bewaarde smsjes , van jaren her, waarvan ik bij het herlezen ervan precies wist aan welke heftige, leuke of verdrietige momenten in mijn leven, ze memoreerden. 

Ja, dat mis ik.

En die smartphone? Die heeft nog geen eigen verhaal. Of het moet zijn dat hij al drie keer uit mijn zak is gevallen, zodat ik nu niet weet waar ik hem laten moet. En dat ik hem daardoor wel eens vergeet en daardoor minder bereikbaar ben, ipv beter. Waarbij je nog op kunt tellen dat ik het oproep signaal niet herken. 

Laatst stond ik voor de brug te wachten, toen er een telefoon overging. “Mama, van wie is die? ” hoorde ik een meisje aan haar moeder vragen. 

” Ik weet het niet, maar in ieder geval niet die van ons” was het antwoord. 

Pas toen de brug weer open ging en we door konden rijden, realiseerde ik me, dat het de mijne was. Hij zat ergens in mijn fietstas.

Ja, ik mis mijn mobieltje.

Groet SH