About books and reading: Archie

Alhoewel wij vroeger thuis met drie meisjes waren, hadden we een abonnement op het jongensblad Pep.

Elke week werd er stil gestreden, wie het deze keer als eerste mocht lezen en als mij de eer te beurt viel, verslond ik alle vervolgverhalen tot op de laatste letter. 

En wat waren ze me dierbaar!

Lucky Luke , Asterix, Michel Valliant, Toenga, Rick Ringers. Allemaal vond ik ze even stoer en spannend. Daarmee is mijn liefde voor stripverhalen begonnen; 

en dat vertaalde zich toen ik een tiener was, in de liefde voor beeldromannetjes; liefst ook met wat “heftiger” scènes!.

Van Prins Valiant heb ik zelfs de hele serie bij elkaar gespaard toen die bij de de Vivo verkrijgbaar was en later heb ik mijn zoon alle 52 delen in bed voorgelezen, toen hij een jaar of acht was. Samen verloren we ons in de wereld van weleer, waarin draken, heksen, ridders, prinsen en jonkvrouwen de hoofdrolspelers waren.

Het meidenblad Tina heeft mij echter nooit kunnen bekoren, maar bij mijn vriendje thuis, lazen ze de Sjors. 

En daarin stond het in mijn ogen meest fascinerende en magische verhaal aller tijden: ” Archie; De man van Staal.”

Omdat ik de Sjors maar af en toe onder ogen kreeg en Archie er ook geen vast onderdeel van uitmaakte, las ik zo hier en daar eens wat en kreeg er daardoor, naar nu blijkt, een heel verkeerde, fragmentarische indruk van.

Bij recente herlezing, blijkt Archie geen zelfstandig denkend en handelend wezen te zijn, maar een doodgewone robot! Misschien moet je de helden uit je kindertijd op oudere leeftijd ook maar gewoon laten voor wie ze zijn, om jezelf de ontgoocheling te besparen. …..

Alhoewel?

Misschien ten overvloede; maar ik moet eigenlijk wel vermelden, dat de Pep stiekem mijn vaders lijfblad was, want ook toen wij alledrie allang de deur uit waren; toen het blad allang was samengegaan met de Sjors en allang de Eppo heette, viel het nog wekelijks bij hem op de mat.

Voor hem bleef de magie gewoon bestaan.

Groet SH

About books and reading: Kinderboekenweek 2016

Met een zaal vol verklede kinderen, opa’s en oma’s, Kinderen voor Kinderen en o.a. Dolf Verroen werd de 62e editie van de Kinderboekenweek feestelijk geopend met het traditionele kinderboekenbal.

Anna Woltz ontving hierbij, voor haar boek: Gips, de “Gouden Griffel”, de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige kinderboek, welke sinds 1970 wordt uitgereikt. “Haar beeldende taal heeft geen verdere uitleg nodig” aldus het juryrapport. 

Vanaf 1932 bestaat er al de Boekenweek voor volwassenen, maar in 1955 kwam daar de Kinderboekenweek bij, nadat er in 1954 begonnen was met de verkiezing van het “kinderboek van het jaar”. Deze verkiezing duurde tot 1970, maar sindsdien wordt er een aantal boeken uitgekozen, die bekroond worden met de “Zilveren Griffel” en een daarvan verdient dus de Gouden Griffel. 

Guus Kuijer heeft deze prijs al vier keer gewonnen! 

In 1965 kreeg de Kinderboekenweek voor het eerst een thema: Kind en Dierenwereld, en sindsdien zijn er al heel wat de revue gepasseerd. Zoals: Theater, Natuur, Reizen, Geheimen, Superhelden, Sprookjes enz. 

Maar dit jaar is het thema dus: Opa’s en Oma’s, met als motto: “Voor altijd jong”, waardoor ik me natuurlijk ontzettend aangesproken voel, omdat ik tijdens het oppassen op mijn kleinkinderen, altijd weer kind met hen ben.

In de literatuur zijn natuurlijk ook veel beroemde opa’s en oma’s te vinden. 

Denk aan opa en oma Pluis, van Nijntje (Dick Bruna) of aan de opa en oma van Madelief in “Krassen op het tafelblad” van Guus Kuijer. 

Al sinds het prille begin krijgen de kopers van een kinderboek in deze week een geschenk, b.v. een poster, een bouwplaat of een kijkdoos, maar sinds 1962 is dat een speciaal voor de gelegenheid geschreven boek geworden. Dit jaar viel de eer te beurt aan 87-jarige auteur Dolf Verroen, die “Oorlog en vriendschap” schreef, wat bij aankoop van minstens tien euro aan kinderboeken, door de boekhandel cadeau wordt gedaan.

De hele week wordt er nog in diverse bibliotheken via raadselroutes aandacht geschonken aan de Kinderboekenweek en vanmiddag is er bij de minibieb in Goutum een unieke voorleessessie over opa’s en oma’s, waarvoor ik door mijn kleinzoon ben uitgenodigd.

Op zondag 16 oktober aanstaande is er dan middels de Tweede Nationale Kinderboekenruil, op de stations van Arnhem Centraal, Breda en Amsterdam Centraal van 10.00 tot 16.00u de officiële afsluiting.

Kinderen uit heel Nederland kunnen dan hun favoriete boeken ruilen bij ” levende boekenkasten”, midden in de stationshal.

Dolf Verroen, die zelf vast ook wel opa is, zal ook daar weer bij aanwezig zijn en hetzelfde doen. (om 14.00u in A’ dam).

Wat een energie!

Groet SH
Bronnen:

> Stichting CPNB

> http://www.ns.nu./uitgelicht/tijd-voor-lezen

> http://kinderboeken.yurls.net/nl/page/

Golden oldie: Dierendag

In het kader van dierendag deze keer een blog uit de oude doos. De onderstaande column werd voor het eerst gepubliceerd in oktober 1989, in “Het Baken” ;het al enige tijd geleden ter ziele gegane “Orgaan van de Vlielandse Jeugddrumband. ”

SHEILA

De eerste keer, dat ik Sheila zag, zat ze vastgebonden aan de verwarmingsbuis in een keuken, ergens in een huis in Leeuwarden. 

Vanonder haar mooie lange wimpers keek ze me treurig aan en wierp me daarmee in feite de handschoen toe, alsof ze me wilde uitdagen, haar ongestraft achter te laten. ……Het werd een tien jaar durende strijd.

Sheila was een onooglijk klein hondje, met een lang lijf, een ruim vel en brede poten. Aan de ervaring dat ze, steeds, als ze werd vastgezet en opgesloten, haar moeder in het huis ernaast hoorde janken, (waarbij ze tot gek wordens toe antwoord gaf) zou ze een levenslang trauma overhouden.

Toen ik met haar thuis kwam, waren de kritische opmerkingen niet van de lucht. “Worst- op- poten” en “Stofzuiger” waren nog de meest vriendelijke omschrijvingen en allemaal waren ze even waar. Men had haar Lady genoemd, maar (behalve dat die naam alleen al vanwege haar uiterlijk niet te handhaven was) : ze bleek al spoedig geen dame. 

Zo werd ze misselijk in auto’s, at ze het liefst uit de kattenbak en wentelde ze zich minstens een keer per week in paardenmest of andere uitwerpselen. 

De grootste aantrekkingskracht echter hadden rottende kadavers, want daar kon ze en van eten en lekker even in rollen, zodat de tuinslang altijd gebruiksklaar moest liggen. 

Zodra ze alleen gelaten werd, kwamen haar destructieve neigingen naar boven. Niets was veilig. Aan boeken, platen, meubilair, kledingstukken, schoenen, speelgoed, koelkast, handdoeken, beddengoed, planten, haar eigen mand. ….overal draagt onze huishouding nog de sporen van haar vernielzucht; er was niets wat haar van die vervelende gewoonte af kon brengen. 

Toch was ze niet hardleers (ze kon zelfs opzitten en pootjes geven! ), ze was alleen wat eigenzinnig. 

Als je riep, kwam ze gewoon een half uurtje later en de pedaalemmer liet ze pas met rust, als ze alle lekkernijen er had uitgevist. 

Daarom werd Lady omgedoopt tot Sheila, misschien ook geen vlag die de lading dekte, maar wel een naam waar karakter uitspreekt en dat was in ieder geval een eigenschap, die Sheila niet ontbeerde.

Algauw werd het een familiegrapje, dat iedereen die haar hebben wilde, een maand gratis voer toe kreeg en daar kon je natuurlijk om lachen, maar zo langzamerhand werd de toestand onhoudbaar. Het was duidelijk dat ze gezelschap nodig had. Een eigen jong kwam daarvoor het meest in aanmerking en nadat ze gedekt was, wierp Sheila niet de bij een eerste worp gebruikelijke drie of vier jongen, maar negen stuks! Vijf daarvan bracht ze plichtsgetrouw groot en daarna hervatte ze gewoon weer haar oude leventje. 

Met dit verschil, dat ze op haar ongeoorloofde uitstapjes nu gezellig haar zoon meenam en dat ze door zijn aanwezigheid niet zo snel meer in paniek raakte als er niemand thuis was, dus wat dat betreft was de opzet geslaagd.

In februari jl. werd ze ernstig ziek. Daarna liep ze slecht en zag ze er beduidend ouder uit, maar het grapje was al gauw gemaakt, dat Sheila niet kapot te krijgen was. In de nacht van 2 op 3 september kreeg ze echter weer een aanval. Aanvankelijk leek ze bovenstaande stelling waar te gaan maken, want ’s ochtends herkende ze me weer en kwispelde zelfs te begroeting, maar ’s middags lag ze dood in haar mand. 

Het is een stuk rustiger in huis. Dat wel. Maar ik weet dat ik haar mis.

Vooral als ik me realiseer dat ze nooit meer luid blaffend door het duin zal rennen op zoek naar een denkbeeldige prooi; dat ze me nooit meer zal vloeren met de enorme balken, die ze vaak mee wist te slepen; dat ze nooit meer haar snuffelrondje om de tafel zal maken en dat ze me nooit meer zo’n quasi-onschuldige blik zal toewerpen, zo van: “kan ik het helpen? ”

Dat gevoel zal altijd wel een beetje blijven.

Groet SH

De verbeelding bookchallenge 2016: Ali en Nino

Punt nummer 15.
” Ali en Nino hoort tot de grote meesterwerken van de wereldliteratuur. De liefdesgeschiedenis tussen Ali, een jonge adellijke moslim en Nino, dochter van een christelijke zakenman, speelt in Azerbeidzjan ten tijde van de Russische revolutie en de Eerste Wereldoorlog. In deze exotische wereld is het de liefde tussen Ali en Nino die alle etnische grenzen overstijgt. ”

Deze fantastische roman van Kurban Said is alles wat de flaptekst belooft en meer:

Volgens Trouw: “Een wondermooi en virtuoos boek dat niemand onberoerd laat”.

De Volkskrant: “Een schitterende roman in een loepzuivere stijl. ”

Volgens The New York Times is dit epos over cultuurverschillen “veelzeggender dan het wereldnieuws in de krant van vandaag. ”

En de Washington Star kent geen “ontroerender liefdesverhaal in de moderne literatuur. ”

Het is dat allemaal en toch was het niet helemaal waar ik op hoopte. Namelijk punt nummer 15 van de Verbeelding Bookchallenge . Dit moet nl. een boek zijn, dat geschreven is door een auteur met Aziatische roots; maar helaas, Kurban Said blijkt geen schrijver uit Azerbeidzjan te zijn.

Hij blijkt zelfs niet te bestaan!

” De geheimen achter deze naam lagen meer dan vijftig jaar lang begraven onder lagen van misleiding, intrige en het zand van de tijd. ” en zijn uiteindelijk ontrafeld door Tom Reiss. 

Het verslag over zijn speurtocht is in het nawoord te lezen en is bijna net zo spannend als het boek zelf.

De echte schrijver blijkt een Russische jood te zijn en is dus eigenlijk een Europeaan, maar omdat hij wel in Bakoe geboren is, reken ik voor mezelf zijn Aziatische roots toch maar stiekem goed.

Dat dit boek in 1937 uitgegeven kon worden in Wenen, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en gelijk een bestseller werd, maakt het allemaal extra pikant, vooral ook omdat de auteur jarenlang in fascistisch Italië en Duitsland verbleef, onder steeds weer wisselende identiteiten.

De merkwaardige geschiedenis van het boek en van de auteur zelf alleen al, maken het een aanrader eerste klas, of zoals The New Yorker stelde:

” Het lezen ervan is als het ontdekken van een verborgen schat.”

Groet SH

Copyright 1937 Leela Ehrenfels

Copyright Nederlandse vertaling 2001 Gerda Meijerink
ISBN 978 90 234 1564 0
http://www.debezigebij.nl

Gratis en voor niks

Laatst was ik samen met mijn oudste dochter in het ziekenhuis en konden we helemaal gratis meerijden, met een vrijwilliger als chauffeur, in zo’n soort van golfkarretje, wat elk zichzelf respecterend hospitaal tegenwoordig beschikbaar stelt voor patiënten, die slecht ter been zijn.

Wij kregen gezelschap van twee mannen, voor de prijs van een, want de een ging voor de gezelligheid mee, terwijl zijn dienst er eigenlijk al opzat.

Het bleek een komisch duo te zijn. Onderweg bleven de grappen dan ook niet uit de lucht. 

Ze hadden ons keer op keer op het verkeerde been, deze eigenlijk al gepensioneerde heren. 

Dus door het onbaatzuchtige vrijwilligerswerk van deze mensen, werd onze bestemming wat minder zwaar beladen. 

“Wat een gezelligheid” zei mijn dochter op een gegeven moment.

En dat deed me denken aan de eerste keer, dat ik met haar in een ziekenhuis was; hoe het was bij haar geboorte en hoe licht de last toen was.

Toen kon ik haar nog in mijn armen dragen en nu 39 jaar later, bleek het niet voor niks geweest te zijn. Nu was ze mee, om mij te ondersteunen bij een lastig onderzoek. Voor het geval dat ik er niet zo goed tegen zou kunnen, want zo stelde ze: “Je bent ook zo vaak met mij mee geweest, mama!” Nu wilde ze mijn last dragen.

Ik werd uit mijn overpeinzingen opgeschrikt door een vraag van een van onze begeleiders. ” Kennen jullie het verschil tussen gratis en voor niks? ”

Het antwoord bleek zijn favoriete grap te zijn, die hij die dag misschien al tientallen malen verteld had. 

Hij was namelijk vroeger gratis naar school gegaan, maar heel veel mensen voor niets!

Nog nalachend stapten we uit en liepen we naar de plaats van bestemming, waar ik hartelijk werd ontvangen: “Mevrouw Horjus is ook mooi op tijd! ”

Alles ging vlot en nu is het wachten op de uitslag.

Mirelle bedankt! 

Het was zeker niet voor niks.

Groet SH