Guestblog: Zorgen 3

Het voordeel is, als je vlak bij de luchtmachtbasis woont, dat je eerste rang zit tijdens de luchtvaartdagen. Tenminste bij goed weer, heb je goed zicht op de vele shows, waarbij de diverse teams halsbrekende toeren uithalen. En nog meer voordeel: je hebt geen last van de files en het is helemaal gratis.

De eerste dag probeer ik er dan ook echt van te genieten. Al is de lucht bijna grijs, door de laaghangende bewolking, vanaf mijn balkonnetje, krijg ik toch diverse stunts te zien. Ze vliegen laag, begrijp ik, om het publiek te plezieren. Zijn al die mensen niet voor niets gekomen.

Tegelijkertijd groeit het besef, dat ze daarom de dagen ervoor zoveel geoefend hebben; in een kleiner luchtruim moeten ze hetzelfde kunstje kunnen flikken. Dus daardoor is het gisteren mis gegaan met het Zwitserse team en moest iemand zich met zijn schietstoel in veiligheid brengen….

Het blijven jongens, die mannen van stavast. Ze lijken te spelen, maar voeren met feilloze preciezie de meest hachelijke manoeuvres uit. Zelfs de Burgemeester zei het: “The show must go on! ”

De volgende dag, als ik op mijn kleindochter pas, blijkt maar weer, dat niet iedereen er van geniet. “Ikke bang” roept ze regelmatig bij het horen van al dat donderend geweld in de lucht. Nadat we er samen voor zijn gaan zitten en de voorbijkomende vliegtuigen van de vogels hebben weten te onderscheiden, gaat ze enigszins gerust gesteld toch slapen.

Ik blijf nog even napeinzen. Over de milieuvervuiling, de geluidsoverlast, het militaire vertoon en de verspilling van al die miljoenen. En ik maak me zorgen over het leven en het lot van die jongens. Vooral als er ook nog een keer diverse hulpdiensten met gillende sirenes voorbij razen. Het zal toch niet?

Ik hou mijn hart vast. Totdat een solo piloot er eentje in de lucht tekent en een ander er zijn pijl door schiet. 

Het is rood.

Groet SH

About books and reading: Bloed in de polder

Van 3 tot en met 19 juni zijn het de weken van het spannende boek. Met bovenstaande titel als thema. Je kunt er alle kanten mee op, maar

zelf heb ik gekozen voor een ouwetje uit 1992 .

“Smilla’s gevoel voor sneeuw” , was de grote doorbraak voor de Deense schrijver Peter Høeg en het is mede dankzij de uitstekende vertaling van Gerard Cruys ,die hier een werkbeurs van de Stichting Fonds voor de Letteren voor kreeg, een feest om te lezen. 

Af en toe kreeg ik het gevoel een nieuwe taal te leren.

Het heet het relaas van een buitenstaander te zijn ,maar ik vind Smilla juist heel erg betrokken bij de dood van haar buurjongetje. Ze gaat tot het uiterste. En we krijgen ook een goed beeld van haar drijfveren om het waarom te onderzoeken. 

De auteur studeerde literatuur wetenschap en was oa. reiziger, alpinist en schipper. Al deze aspecten van zijn leven keren in het boek terug en juist dat maakt het interessant. Het is als actie – psychologische- en literaire thriller, voor ieder wat wils. 

Het is zelfs verfilmd!

Maar allen die het niks lijkt, raad ik aan om naar de boekhandel te gaan. Daar wordt volgens “Margriet” (het lijfblad van mijn moeder) groots uitgepakt. En bij aankoop van €12,50 aan Nederlandstalige boeken, krijg je het geschenkboek “Vector” van Simon de Waal cadeau.

Kijk anders op spannendeboekenweken

Het kan nog!

Groet SH

NB. Oorspronkelijke titel: Froken Smillas fornemmelse for sne. 

Copyright Nederlandse vertaling 1994 Gerard Cruys en J. M. Meulenhof bv, Amsterdam

ISBN 90 417 1041 8 NUGI 301
》Ik las de Rainbow Pocket van Uitgeverij Maarten Muntinga bv, Amsterdam

Guestblog Oma: Missen

Los van elkaar hebben wij ons er stiekem op verheugd, mijn kleinzoon en ik, dat we elkaar weer zouden treffen in het theater. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien. Ik heb hem gemist en van diverse kanten hoor ik, dat dat omgekeerd ook zo was. 

Als ik er met mijn twee jongste dochters naar toe loop, heeft hij ons al gespot en staat achter het glas te zwaaien en te gebaren. Ik hoor niet wat hij zegt, maar zie zijn geluk.

De hele familie bij elkaar, daar kan hij van genieten, dat kan niet missen.

We zijn hier niet voor hem, maar voor zijn zus. Die overigens een spetterend dansoptreden in een weergaloze show geeft. Waarbij ook tranen vloeien ivm het overlijden van een van de mensen van de choreografie. Maar dat maakt hem niet uit, want hij steelt de show, los van het podium.

Bij het gedeelte voor de pauze zit hij bij zijn ouders en ijsjesoma boven op het balkon en weet de aandacht te trekken door zowel naar ons, als naar het vriendje van zijn zus te roepen. 

Maar in de pauze komt de aap uit de mouw; hij wil heel graag bij ons zitten en dat kan, want tante Foka wil wel van plaats wisselen. Buiten, als hij me heeft meegetroond naar het dichtstbijzijnde speeltuintje wordt de reden ook helder: “Dan zie je alles beter oma!” En dat klopt, wij zitten op de eerste rij.

Als de voorstelling weer wordt hervat , is hij er gelijk helemaal door gebiologeerd; zijn wiebelkussen missen we daarom niet eens! En hij deelt een chipje met mij en tante Eveline. En hij weet ons tot tranen toe te beroeren, door zijn reacties op de voorstelling. En soms weet ik niet waar ik naar moet kijken, naar hem of naar mijn oudste kleinkind, dat de sterren van de hemel danst. 

Zijn tranen komen daarna, als hij zijn ouders weer ziet, hij heeft ze echt gemist.

Groet SH

About books and reading: de verbeelding book challenge punt 26

Toevallig

Een van de mooiste boeken die ik de laatste tijd gelezen heb, is “Eddie’s bastaard”, van William Kowalski. Het was zijn eerste boek, maar dat zou je niet zeggen, het leest als een trein. Het is compleet, het is af en heeft geen losse eindjes. Mede dankzij de fantastische vertaling van Molly van Gelder natuurlijk, kom je de mooiste zins- en gedachtenwendingen tegen.

Samen met de verteller duik je in de onweerstaanbare geschiedenis van de familie Mann. Aan de hand van de ontwikkelingen in zijn eigen nogal ongewone jeugd, wordt je meegezogen in de vele verhalen, die zijn opa ondanks een dreigende Korzakov nog weet te herhalen. En alhoewel het dagboek van zijn over-overgrootvader en naamgenoot pas aan het eind van historie weer opduikt, geeft dit ons nog meer inzicht in het totaalplaatje, omdat de verteller er rijkelijk uit put, vanuit zijn volwassen perspectief.

Helderziendheid, reïncarnatie, (klop-)geesten, telekinese, telepathie; het paranormale wordt in deze roman niet geschuwd, maar is dusdanig in het verhaal verweven, dat het in eerste instantie niet eens opvalt en daarna heerlijk normaal is, waardoor je het ook aan de spirituele verbeelding kunt toedichten.

Andere thema’s, zoals liefde, incest, dood , verraad en vertrouwen komen voorbij, zoals je bij een familiedrama mag verwachten; en sommige van de verbeelding book challenge 2016 uitdagingen, komen en passant ook nog aan bod, dus kan ik onverwacht zomaar weer wat punten van mijn lijstje afstrepen.

★7: het is een debuut

♡8:nog een familieverhaal

★11: spiritualiteit

♡22: de hoofdpersoon is wederom jonger dan 12 jaar(in het begin. )

Maar wat het vooral is: ★punt nummer 26!; Een boek dat springt tussen verschillende tijdsperiodes. Zoals heden en verleden, verleden en toekomst/verleden en nog verder verleden!

Toevallig had ik het er vorige week nog met iemand over, dat het moeilijk zou zijn, om daar een goed boek over te vinden, maar onverwacht kwam dit opeens op mijn pad. Bij andere boeken doet dat dan toch wat gekunsteld aan. Bij deze roman is het juist volkomen organisch en puur. Je houdt van dat kleine jongetje, dat zijn plaats zoekt in de wereld, want; wie weet er nou wel wie zijn vader is, maar kent zijn moeder niet? Alleen met dat gegeven al, houd je het niet droog.

” Het is tijd om niet meer achterom te kijken, maar mijn aandacht te richten op wat voor me ligt”.

Vrij naar WK

Groet SH

ISBN 90 414 0395 7
1999 uitgever Anthos, Amsterdam
All rights: William Kowalski

Guestblog: Zorgen 2

Al eerder had ik ze gespot. Twee Scholeksters. Toen wist ik nog niet, dat ze de omgeving kwamen verkennen en dat er meer zouden volgen, maar ik vond het wel vreemd dat ze er waren. Zo midden op het gras, voor mijn flat, op de tussenstrook, tussen het looppad en de weg. Wat moesten zij daar? Ze zouden wel uitgeweken zijn voor de eeuwige territoriumstrijd op hun geboortegrond, economisch gezien waren ze er hier niet beter op geworden.
Laatst zag ik ze weer .Ze vallen namelijk op als Bonte Pieten tussen de meeuwen, kauwen en duiven, die hier eigenlijk ook niet horen, want ze verdringen de mussen, zoals sommige eksters beweren. En nu opeens was er nog maar een. Ik vond het heel zielig voor hem, was hij zijn partner verloren?
Allerlei rampscenario’s voltrokken zich in mijn gedachten.

Was zij verhongerd, verdronken of ergens onderweg gepakt en verkracht, zoals zovelen voor haar?

Totdat ik besefte, dat hij aan het foerageren was. Ik volgde hem met mijn ogen. Keer op keer vloog hij op, om even verderop te landen, op het platte dak van de dichtstbijzijnde parkeergarage. Goed gekozen. Een veilig asiel! Maar waar gaat het heen, als ook de weidevogels zich aan weten te passen aan het stadsleven? Uit onderzoek blijkt dat scholeksterpaartjes hun leven lang bij elkaar blijven en dat sommigen inderdaad op platte met grind bedekte daken broeden, om grondpredatoren geen kans te geven bij het nest te komen. En dat de beste nesten het dichtst bij de beste voedselbronnen, nl die op het wad, liggen: het hokkerterritorium. Degenen, van wie de nesten er wat verder vanaf liggen worden wippers genoemd.
Tegelijkertijd maak ik mij zorgen over de jonkies, die er straks zullen zijn. Hoe moet het als ze gaan lopen en hoe als ze hun vleugels uit willen slaan? Zullen ze dan van het dak af kukelen? Of houden ze zich wel staande, ondanks alle tegenslagen en verleidingen buiten het eigen veilige nest. Een wipper wordt bijna nooit een hokker.

Ik zag er al een paar die uitgevlogen zijn. En wat doen velen het goed , volkomen aangepast ondanks alle gevaren die op de loer liggen. Mag ik dat van ze verlangen? Ja, natuurlijk, want het is ook mijn weidegebied waarop hun ouders zijn gaan scharrelen. Ik zie ze groeien, ik zie hun wereld groter worden; en ik besef dat er genoeg ruimte is voor alle vrije vogels, ook op mijn groenstrookje.

De laatste tijd zie ik ze niet zoveel meer. Ik mag graag denken, dat ze samen over hun kinderen waken, want in tegenstelling tot andere weidevogels zorgen scholeksters goed voor hun floaters.

Ik hoop dat mijn vreemde eenden de juiste keuze hebben gemaakt.

Groet SH

Bronnen:
= Wikipedia
=Levensgeschiedenisbeslissingen, Dik Heg, RU. Groningen,