Where the magic happens 


“Vind je het spannend om alleen naar Vietnam te gaan Eveline?”




Dit is de vraag der vragen op het moment. In de afgelopen weken is deze vraag me vaak gesteld. Elke keer word ik verrast door de vraag en moet ik nadenken over het antwoord. Het ene moment vind ik het zo spannend dat ik er niet over na kan denken en het andere moment kan ik niet wachten en denk ik: “Kom maar op! Ik ga op avontuur en ik ga m’n droom waarmaken”. 

“Great things never came from comfort zones”. 

Hoe kan iets dat zo spannend is, dat buiten je comfort zone ligt, tegelijkertijd zo’n aantrekkingskracht kan hebben? Wat is het in mij, dat ervoor zorgt dat ik altijd hetgeen opzoek dat buiten mijn comfort zone ligt. Is het mijn honger naar ontwikkeling? Mijn nieuwsgierigheid naar nieuwe dingen? Beide zijn denk ik waar. Iets nieuws, heb je nog nooit gedaan en kan dus onmogelijk in je comfort zone liggen en kan dus niet comfortabel zijn. Eerste keren zijn leuk en magisch, ondanks het feit dat ze spanning en weerstand met zich meebrengen, omdat ze buiten je comfort zone liggen. Ik wil mezelf graag en altijd ontwikkelen. Daardoor ga ik op zoek naar weerstand, door weerstand kan ik mezelf ontwikkelen en weerstand ligt, als vanzelfsprekend, niet binnen mijn comfort zone. 

Nu ik dit schrijf heb ik gelijk iets nieuws om over na te denken; is buiten je comfort zone zijn, het nieuwe comfortabel?

ER

Food is memories: Wat de pot schaft


Wij zijn door onze moeder min of meer verwend. Vroeger zorgde ze altijd voor dat er een soort groente op tafel stond dat we in elk geval lekker vonden en de andere groente moesten we altijd proberen. Met als goed resultaat tot gevolg; allemaal lusten we bijna alles. Witlof is alleen een groente wat ik gewoon, nog steeds niet lust. Dankbaar was ik mijn moeder dat ik die groente op een gegeven moment niet meer hoefde te proberen. Wanneer ik te eten was bij anderen en ik kreeg witlof voorgeschoteld dan at ik het. Ik repte er geen woord over dat ik er niet van hield, ik slikte het zo snel mogelijk door weg is weg. 

’s Zomers sliep ik altijd bij mijn oom en tante op Vlieland. Ik was hun zomerdochter en van mijn neven was ik een zomerzusje. Daar was het wat eten betreft heel duidelijk. Mijn oom hanteerde het credo: “Bekken dicht vreten wat de pot schaft”. Duidelijk. Niet mekkeren, wees blij met wat er op tafel staat en eten. Alle kinderen in de familie kende deze gevleugde uitspraak. Stiekem genoot ik volop van deze woorden van mijn oom; “bekken, hij zegt gewoon bekken!”, dacht ik dan. Het werd alleen een beetje spannend op het moment dat ik bruine bonen kreeg voorgeschoteld. Dit kreeg ik van mijn moeder nooit. Ik wilde natuurlijk niets zeggen: ik kende de regel maar al te goed. Ik zat naast mijn grote oom, met snor en zware stem: hij pakte m’n bord en keek me aan. Hij schepte m’n eten op. Ik keek ‘m aan en keek recht in z’n ogen en deze stonden zacht. Vervolgens keek ik naar m’n bord, mijn grote oom met zware stem; ruwe bolster met blanke pit. Op mijn bord lag maar een klein beetje van de bruine bonen. Hij hield rekening met z’n kleine nichtje. 

Die dag hield ik m’n bek en at ik wat de pot schafte en wat bleek? Ik vond het lekker.
ER

Our memories

Ik zoek de juiste woorden. Woorden die passen bij dit lied. Woorden die de herinnering kunnen beschrijven die hoort bij dit nummer. Ondanks dat de herinnering niet de mijne is, zie ik het levendig voor me. Ik zie het stiekem georganiseerde feestje. Ik zie mijn oom als jonge jongen staan te midden van de kamer en dansen met m’n moeder, z’n schoonzus. Ik zie m’n grote, stoere oom, enthousiast, grijpen naar de staande schemerlamp en ermee swingen door de woonkamer. Vervolgens zie ik hoe de lampenkap dwars door de woonkamer vliegt. Terwijl mijn moeder deze herinnering met mij deelt zie ik hoe ze het opnieuw beleeft en ik zie het plezier in haar ogen.

“And now you’ll be there; in my memories as a memory.
I’ll relive each and every one of them over and over again to keep
you alive in the memories, the ones you gave me”.
ER

ER

Zoektocht 


Het aftellen is begonnen vandaag over drie weken heb ik mijn eerste nacht achter de rug, in een hostel met 5 anderen op de kamer, in Vietnam. Gekkenwerk om hieraan te beginnen als vrouw, voor het eerst helemaal alleen backpacken op je eenendertigste, als een moeder? Misschien wel, maar misschien ook niet. Ik neem in elk geval wel oordopjes mee. 
Over drie weken stap ik dus in het vliegtuig en ik ga nooit op reis zonder een boek. Zo ook deze keer niet. Normaal gesproken als ik een weekje op vakantie ga, neem ik een stuk of vijf boeken mee. Dit keer zal ik maar een boek meenemen en dan moet dat ene boek aan een aantal eisen voldoen. Het boek moet de juiste afmetingen hebben; een of ander super groot boek is niet praktisch en handzaam. Het boek mag niet te spannend zijn; het lijkt me nu niet ideaal om een luguber boek, van de hand van Karin Slaughter te lezen, terwijl ik helemaal Remi en alleen in een hutje op een verlaat strand slaap. The Notebook, P.s. I love you, het zijn allemaal bestsellers, I know, maar veel te zoetsappig naar mijn smaak, dan maar liever geen boek mee. Ik heb ook nagedacht over de taal waarin het boek geschreven moet zijn; ik ga voor Engels; dan kan ik het boek misschien wel ruilen tegen een ander boek met een reiziger. Een Nederlands boek heb ik veel te snel uit. Over een Duits boek zou ik wel wat langer doen, maar dan moet ik een woordenboek meenemen voor het vertalen van alle woorden die ik niet snap en ik heb met mezelf afgesproken dat ik echt maar een boek meeneem, dus een Engels boek it is. 
In de boekenwinkel slepen ze allerlei boeken aan tijdens mijn zoektocht naar het perfecte boek. Ik moet zeggen ze leveren goede service. Het meisje helpt me goed, denkt mee, snapt mijn afwegingen, overwegingen en mijn afwijzingen. Ze snapt het belang van het kiezen van het perfecte vakantieboek. Het is bijna een kwestie van leven of dood. Zo voelt het althans. 
Uiteindelijk eindig ik met drie boeken. Alledrie voldoen ze aan mijn eisen. Het zweet gutst langs mijn lijf naar beneden, mijn hart klopt hevig: “Welk boek wordt het? Ik kan maar een keer kiezen….”, schiet het door mijn hoofd en het moet de goede zijn. Ik kies en tevreden loop ik de winkel uit. Nu heb ik nog meer zin in mijn reis.
Ik ga op reis en ik neem mee: Girl on the train, geschreven door Paula Hawkins.
ER