Penny for your thoughts: De schoffelaar

Je kent ze wel, die mannen in fluoricerende hesjes die de groene perkjes, strak onderhouden. Finn en zijn vriendje zijn groot fan en spelen dan ook vaak “werkmannen” compleet met harken en schoffels. 

Ik ben opgevoed om elkaar gedag te zeggen als je elkaar passeert, iets wat in deze tijd helaas niet meer gebruikelijk is. Als ik bij school sta te wachten zijn de mannen van de gemeente druk bezig om al het ongewenste onkruid te verwijderen en ik zeg ze dan ook keurig gedag. 

Voor één van de mannen, type ruwe bolster genoeg aanleiding om een gesprekje te beginnen en dan blijkt zeker dat hij een blanke pit bezit!

Het was de avond ervoor mooi weer geweest en hij had zijn motor uit de schuur gehaald voor een ritje. Opeens stond er jongetje van een jaar of acht naast hem met een sonde in zijn neus. Het jongetje bleek ziek, ongeneselijk ziek, kanker. 

Maar de oogjes van de jongen straalden toen hij de motor zag. Hij was gek op het geluid en zijn grote droom was dan ook om ooit nog op zo’n geweldige motor te mogen zitten, vertelde de moeder aan hem. 

De schoffelaar bedacht zich geen moment en tilde de jongen op de machine en liet de motor flink ronken. De jongen had de avond van zijn leven vertelde de man met tranen in zijn ogen. Hij was zo blij dat hij dit, met zoiets simpels had kunnen doen.

We filosoferen, samen, nog wat over dat de wereld zoveel mooier zou zijn als iedereen gewoon wat aardiger voor elkaar zou zijn en dat dit vaak in kleine dingen zit zoals elkaar bijvoorbeeld gedag zeggen.

Dan komt Finn van het schoolplein rennen, “hey ik ken jou”! Mijn lieve, open mannetje die iedereen gedag zegt en daardoor de meest oprechte gesprekjes voert.

MR  

Advertenties

Penny for your thoughts: Baquideux 

      
  
 

Het belooft mooi weer te worden de aankomende dagen en we hebben vakantie. Dus we pakken de koffers weer in en stappen aan boord. Eef, Mel en Liv varen ook een dagje mee. We koersen aan op Joure waar het groot feest blijkt te zijn want ze hebben gewonnen met skûtsjesilen 2015!

Ik ben altijd gefascineerd door namen die aan boten worden meegegeven. Sommige zijn grappig, sommige herinneren aan verre oorden, sommige hebben een diepere betekenis of zijn vernoemd naar de vrouw van de eigenaar als een mooi eerbetoon. Toen wij op zoek waren naar een naam voor onze boot zei mijn vader, dat hij “ons genoegen” een mooie naam voor een boot vond want het maakt niet uit hoe een boot eruit ziet, de mensen op de boot hebben vaak veel plezier! Ik denk het nog vaak als ik een, in mijn ogen lelijke boot voorbij zie komen. Groot gelijk had mijn vader, die mensen hebben plezier dus wat maakt het uit hoe de boot er uit  ziet.

In Joure leggen we aan naast een kruiser met de naam: Baquideux. Meteen ben ik nieuwsgierig. De eigenaresse van de boot is een klein beetje geïrriteerd door Finn zijn enthousiasme dus ik probeer hem wat bij haar uit de buurt te houden maar ik slaag daar niet erg goed in.
De volgende morgen is de mevrouw iets milder en ik vraag haar naar de pleister op haar hand. Ze blijkt niet uit Friesland te komen maar is aan het revalideren op haar boot na een carpaaltunnelsyndroom operatie. Ze heeft het zo geregeld, dat er genoeg mantelzorg om haar heen is. Ze geeft Finn een broodje om aan de ganzen te voeren en het ijs is gebroken. Ik geef haar een complimentje over de boot en ik durf te vragen naar de betekenis van de bijzondere naam van de boot.

Het blijkt geen bestaand woord te zijn! 

Vroeger toen ze nog met haar ouders vaarde zeiden haar broer en zij altijd bakkie. Ze geeft geen idee wat het betekende, het had toen vast een betekenis maar ze weet het niet meer. Ze denkt iets uit de scheepsvaart. Toen ze haar eerste eigen boot kocht, een platbodem gaf ze hem die naam omdat het iets persoonlijks was maar wel zo moeilijk mogelijk geschreven. Baqui dus.
Ze moest hem verkopen omdat ze lichamelijke ongemakken kreeg en ze wilde absoluut blijven varen en zo kocht ze een weekendkruiser. Baqui de tweede; Baquideux!

Ik vraag of we nog wat voor haar kunnen betekenen en dan vertrekken we naar de volgende haven. 
MR 

Penny for your thoughts – de parkeergarage

  

Ik ben enorm gehaast. Ik heb een uurtje in de stad. Ik wil snel wat spullen kopen, voordat straks het huis vol zit, met gezelligheid en vrienden die komen eten. “Waarom heb ik nou gekozen voor mijn pumps”, schiet het door mijn hoofd. Mooi? Dat zeker. Praktisch? Absoluut niet. Het gaat me aardig af, misschien moet ik me toch maar inschrijven voor de Stiletto Run.  

Het meeste heb ik. Ik sta alleen weer veel te lang te twijfelen bij de Hema. Zal ik taart meenemen of niet? Ik twijfel, keuzes maken, hmmmm wat zal ik doen, voor en tegens afwegen. Blijft lastig. “Ooooh die luxe aardbeientaart ziet er echt lekker uit!”, denk ik terwijl het water me in de mond loopt. “Lekker inderdaad, maar ik wil toch echt gestroomlijnd in mijn bikini deze zomer”, is mijn tweede gedachte. De taart blijft achter in de Hema. M’n bezoek heeft pech. 

Met tassen vol en alles wat ik nodig denk te hebben, ren ik naar de trappen af in de parkeergarage. Nou ja rennen, die pumps vertragen m’n pas iets, maar ik ga zo snel als mijn schoenen me laten gaan. “Crap, een rij bij de betaalautomaten”. Geduldig als ik ben, sta ik nog net niet met mijn voet op de grond te tikken. Achter mij staat een vrouw met veel bombarie te ruiken aan haar polsen. Luid zegt ze: ” Goh, deze ruikt lekker, maar nu weet ik niet meer hoe deze heet”. Ze krijgt geen antwoord. Ze heeft het tegen niemand in het bijzonder. Heftig ruikt ze verder. Ze praat nog wat meer in het luchtledige. Ik erger me…. Maar ik bedenk me dat zij er ook niets aan kan doen dat ik die taart heb laten staan en dat ik daar nu van baal, omdat ik die taart eigenlijk wel had willen meenemen, maar eigenlijk wil ik ook het bikini lijf, maar het is zo gezellig, en lekker en de mensen die komen eten zouden er zo van genieten. “Als je een keuze maakt, dan moet je er ook achter blijven staan”, wijze woorden van een wijs iemand. Ik besluit de dame te vragen, naar haar geurtje wat ze zo lekker vindt ruiken. Haar ogen beginnen te stralen: ” Ik heb een geurtje gekocht voor mijn man die is jarig. En hij houdt zo van geurtjes, dit is een nieuwe ik hoop dat hij deze lekker vindt”. Ik vind het leuk dat de vrouw zo enthousiast is. Ze lijkt me een jaar of 55. Ik denk dat ze al heel lang met haar man is. Ik stel me de dag van de verjaardag voor, en ik zie voor me hoe de man het cadeautje uitpakt en super blij is en z’n vrouw bedankt met een kus, terwijl hij het geurtje misschien wel vreselijk vindt stinken. Natuurlijk zegt hij niets, omdat z’n vrouw zo blij is met het geurtje, dat zij heeft uitgezocht. En hij zal het dragen, omdat zij de geur zo lekker vindt. Ik vraag haar naar het andere geurtje, waarvan ze de naam niet meer weet. Het blijkt een geurtje te zijn voor haarzelf. Hiervoor zal ze nog een keer terug gaan naar de winkel, dan denkt dat ze er wel weer uitkomt.

“Ah, ik ben al aan de beurt. Dat ging toch nog snel”, denk ik. Ik betaal, ik draai me om naar de vrouw: ” Fijne dag mevrouw en alvast gefeliciteerd met uw man!” 

ER

Penny for your thoughts – Het biologieproject

IMG_2541

Finn en ik gaan baby eendjes voeren. We lopen langs de vaart door de heemtuin en zien een vrouw met een meisje staan, ze hebben een kladblok in hun handen en staan te wijzen naar de bomen en planten. Ik ben nieuwsgierig maar we “moeten” naar de baby eendjes. Op de terug weg staan ze er nog steeds en nu vraag ik wel wat ze aan het doen zijn?

De dochter heeft een biologieproject. Ze moet een plattegrond maken van alle bomen en planten en ze moet iets vertellen over de heemtuin. Het is ingewikkelder dan ze van te voren bedacht hadden. Ik zeg dat er een bord bij de ingang van de heemtuin staat met informatie over de stinzenflora. Ooit had ik een heel gesprek met een man die al 19 jaar de tuin onderhield die kon er pas echt veel over vertellen! Het valt de moeder op dat er in veel bomen een vogelhuisje hangt en ze vraagt zich af wie dit deed. Ik zeg dat er ook dit jaar een aantal bijenkastjes zijn opgehangen. Goed voor de helaas slechte bijenpopulatie in Nederland…

We lopen naar de dichtstbijzijnde kastjes en inderdaad één daarvan is een bijenkast. Ik weet dat er op een kastje verderop een plaatje hangt van de organisatie die dit deed. Ik wens de dochter veel plezier en succes met haar project.

Terwijl ik weg loop glimlach ik en kijk nog even achterom naar de moeder en dochter; een mooi plaatje tussen de bloemenpracht van mei. Ik kijk ook nog even naar de kastjes en dan valt m’n oog op het plaatje van het bijenproject Leeuwarden. Ik roep het ze na. Ze bedanken me en in gedachten bedank ik hen voor deze leuke ontmoeting!


MR

Penny for your Thoughts

  

Olivia kijkt uit het raam en haar ogen worden groot. Er ontstaat een twinkeling in haar ogen. Ik vraag me af wat je denkt, wat je ziet, wat bezorgt je die twinkeling. Ik probeer te ontdekken wat je ziet en ik kijk in dezelfde richting. Helaas, ik kan niet ontdekken wat je ziet. Ik kijk naar haar en ik denk wat jammer dat je nog niet kan praten, anders zou ik je vragen: “Penny for your thoughts”.


Wanneer ik zie dat mensen in gedachten verzonken zijn, dan beginnen mijn gedachten ook te dwalen en dan neemt mijn fantasie de overhand. Ik verwaal in het leven van deze mensen en ik word nieuwsgierig naar hen. Soms is het maar even, omdat iemand mij passeert en soms duurt het langer, omdat we beide alleen in een koffietentje zitten. Met alleen onze gedachten als gezelschap. Als ik voor mezelf spreek dan is dit niet verkeerd gezelschap. Ik vind het heerlijk om mensen van een afstandje te bestuderen. Wat denken ze, wat houdt ze bezig, wat inspireert ze, wat drijft hen, wat is hun grote succesmomenten in het leven. Mijn observaties, zoals ik ze graag noem, zorgen vaak voor leuke toevallige ontmoetingen.

Ik zie iemand peinzen…. Ja, het is ook moeilijk kiezen bij de Starbucks. Ik weet er alles van. In gedachte heb ik al een keuze gemaakt voor de beste man. Ik denk dat hij het meest gebaat is bij een espresso. Het is vroeg de man ziet er moe uit. ” Een cappuccino hoor ik de man zeggen” . Jammer, verkeerd gegokt. Toch niet zo moe als ik dacht. De man krijgt z’n cappuccino. Onze blikken vangen elkaar: ” Geniet ervan”, hoor ik mezelf zeggen. De man glimlacht. Ik glimlach.


“Jeetje wat is het koud!!” Ik zeg dit tegen mijn vrienden. We zijn voor onze studie in Noorwegen en het is de hoogste tijd om op te warmen. Buiten is het koud, en we hebben er een lange wandeling op zitten. Mijn warme choc met slagroom staat in vol ornaat voor me. Ik heb geen oog voor wat de anderen hebben besteld, want we kletsen over van alles en nog wat. Ik kijk naar de man naast me. Hij zit me wat vreemd aan te kijken. Ik besluit te glimlachen, ik weet het anders ook niet. Mijn vrienden en ik kletsen weer verder. Ik voel de priemende ogen van de vreemde man. Ik vraag me af, of ik er vreemd uitzie, of ik slagroom in mijn mondhoek heb. Ik weet dat mijn haar eruit ziet als een vogelnest; lang leve de warme mutsen. Ik kijk weer even op naar de man. Blijkbaar voor de man het teken waar hij op wacht. Hij vraagt of we uit Nederland komen; hij hoort dit aan de taal die we spreken. We bevestigen dit en er ontstaat een heel leuk gesprek over fietsen. Hij vindt Nederland namelijk fantastisch, omdat wij zulke geavanceerde fietsen hebben. Daar kunnen de Noren nog wat van leren, aldus de onbekende man. 

Ik houd van deze spontane en toevallige ontmoetingen. Ze maken het leven leuk! Ik vind het leuk om aan mensen, bekende en vreemde mensen, te vragen wat ze doen, of wat ze denken. Gewoon, omdat er leuke gesprekken kunnen ontstaan. 

“Lieve Olivia, wat zie je? Wat denk je?” Ze kijkt me aan en er verschijnt een brede grijns. Het antwoord blijft ze me schuldig. 
ER