Guestblog: Zorgen

Vanavond nadat de telefoon en televisie eindelijk zwegen en mijn enig nog thuiswonend kind op bed lag, zat ik nog even op mijn balkon te genieten van mijn rust. Helemaal zen, alhoewel ik weet dat de rust zomaar kan veranderen, omdat we tegenover een brandweer kazerne wonen, aan een drukke straat en in een bepaald niet rustige buurt. Hier hoor je regelmatig sirenes. Om nog maar niet te spreken over de vliegbasis, die vlakbij ligt en de stadsbus die passeert.
Ik keek dan ook niet op van de zwalkende en voor mijn ogen tegen een boom kostende jongen, die er liep, want in het afgelopen jaar heb ik al zoveel van die dingen gezien.

Zo komt er regelmatig een schreeuwende man voorbij, die pal voor de wasstraat tegenover onze flat steeds midden op straat rondjes draait. Hetzij op de fiets of als hij lopend is al joggend. De eerste keer dat ik hem hoorde dacht ik aan een krijsende meeuw of een verongelukte baby, ook al was het midden in de nacht..

Het afgelopen jaar zijn er ook verschillende (bijna) ongelukken gebeurd en politie invallen geweest, hier om de hoek, pal voor mijn neus of in het gebouw.

Dus dit was niet voor ’t eerst dat ik dacht, dat ik er wat aan zou moeten doen.
Vandaag is me verteld dat ik me niet voor iedereen verantwoordelijk hoef te voelen, maar dat zit nou eenmaal in mijn genen. Dus fiets ik met een gerust hart met mijn vriendin mee, die niet meer in haar eentje door de binnenstad durft ’s avonds of ’s nachts in het donker; help ik mee om een onverantwoordelijke scootmobieler overeind te krijgen en wijs ik iedereen in goed vertrouwen de weg. Terwijl er toch ook een steek- of schietpartij was, vlakvoor mijn Appie, terwijl ik daar boodschappen deed. Toen ik er naar binnenging was er al onrust, toen ik er uit kwam, hingen er politielinten. Ik weet het niet, het raakt mezelf niet, maar ik maak me altijd zorgen om anderen.

Alhoewel ik nu wel weet, dat de “schreeuwende man” altijd zichzelf redt; (als er een auto aan komt, gaat hij opzij), wilde ik toch ook weer dat kind van een ander redden. Die brakende jongen. Maar hij was weg. Hoefde ik niet achter hem aan in de kou. Maar zijn moeder! Daar ging mijn compassie naar uit. Ik had mijn laarzen al aan.

Dat is toch niet zo verkeerd? Ik was blij, toen ik stiekem toch nog even voor de zekerheid ging kijken; dat ik mijn eigen zoon slapend in zijn bed aantrof, want hij leek zo op hem.

En stel je voor, dat hij op die manier bij iemand voorbij zou komen.

Dan zou ik toch op zijn minst willen kunnen durven, hopen omwille van mijn kind, dat diegene zich dat dan aan zou trekken en voor hem zou zorgen.

Groet SH

Guestblog raising mefrouw: Levertijd 5 april 1977

  

“Op jouw 39ste kun jij wel oma zijn”, voorspelde de 39 jarige vrouw, die tegenover mij lag in het Diaconessenziekenhuis in Leeuwarden, nadat onze beide dochters geboren waren. Glimlachend met mijn spiksplinternieuwe dochter in mijn armen, keek ik opzij, naar de vrouw, die later mijn beste vriendin zou worden en die ook net een dochter had gekregen. 

Waar had dat mens het over? 

Zij moest er ook om lachen; 39 was zo oud; wij waren als bijna beginnende twintigers nog jong; het leven lag voor ons!

Op die dag lag er sneeuw, zoals ik graag vertel aan iedereen die het horen wil, en het was het eerste jaar, waarin de zomertijd ingevoerd werd, want anders was mijn meisje op 4 april jarig geweest.

Maar hoe gelijk kreeg mevrouw Wagenwiel (zoals iemand haar noemde). Toen ik 39 was, veranderde mijn wereld. Als een schitterende schokgolf kwam mijn eerste kleindochter erbij. Dat je eigen kind een kind krijgt, die eerste aanblik, dat soort momenten zijn onbeschrijfelijk.

Het betekende niet dat ik, als oma zijnde, gelijk achter de geraniums kroop, want daar ben ik allergisch voor, maar wel, dat ik met alles wat erbij hoorde, een heel ander leven kreeg, wat daarna toch ook weer in te plannen bleek.

Op je 39ste wil je het leven nog wel een keer anders beschouwen, omdat de veertig er aan komt. Maar geloof me, 39 is niet oud! 

Misschien sta je dan aan het begin van een leven, helemaal opnieuw.

“Och, meisje toch” zei mijn derde kleinkind gisteren herhaaldelijk tegen mij. En zo blijf je eeuwig jong.

Groet SH     

Guestblog raising mefrouw: Bevallen

  

Als moeder van vier kinderen ontkom je er niet aan, om niet ook een blog aan dit onderwerp te wijden. De bevalling, maar ja, waar begin je. Naar aanleiding van het succes van mijn drieluik over de namen van mefrouw, was de verleiding groot om er nog een te maken; Bevalling 1,2 en 3. Maar dan zou ik andere situaties geen recht doen. Over de laatste keer kan ik overgins kort zijn: daar weet ik zelf weinig van, omdat het een keizersnede werd en ik bijna alles van horen en zeggen heb.
Echter de eerste keer was het na een zwangerschap uit het boekje (zonder trouwens alle pijntjes, misselijkheid en andere kwalen, die daarin beschreven werden) , geen makje. Na aankomst in het ziekenhuis duurde het nog 24 uur voordat mijn oudste dochter ter wereld kwam. Vierentwintig uur waarin ik mezelf op een heel andere manier leerde kennen. Dat ik zo kon schreeuwen, mensen kon afsnauwen of pijn kon overstijgen en doorstaan, vanwege wat tegenwoordig een weeën storm wordt genoemd, had ik nooit verwacht. Dat er een keizersnee en een bloedtransfusie werd overwogen, heb ik op die momenten niet meegekregen. Dat de meeste in het ziekenhuis aanwezige studenten of co assistenten op een bepaald moment ongevraagd kwamen meekijken, omdat het midden in de nacht was en ze verder niks te doen hadden, kon me eigenlijk niets meer schelen, ik was de schaamte wel voorbij en stond “open” voor publiek. Zij kregen er punten voor hun opleiding voor; en ik kreeg mijn kind; pijnmedicatie was in die tijd nog niet gebruikelijk. 
Daarna was ik vastbesloten om zoiets nooit meer te hoeven doorstaan. Totdat zich zes jaar later de tweede dochter onverwacht aankondigde. Zeven maanden zat ik in de rats, maar het ging van een leien dakje. Na het breken van de vliezen was ze er binnen 3 uurtjes. Thuis! Drie uur waarin ik nauwelijks de tijd had, om er over na te denken en met maar drie persweeën. Toen was ze er al. Daarmee heeft ze letterlijk en figuurlijk de weg gebaand voor haar zusje; voor mijn derde en naar ik dacht laatste kind.
Weloverwogen en helemaal zen ging ik er die keer voor en achteraf is dat ook de keer geweest, waarbij ik zelf de meeste zeggenschap en controle over de bevalling heb gehad. De dochter die toen geboren werd, heeft eigenlijk de beste start op aarde gehad.
Als in een Rollercoaster leert men al doende, maar de mooiste bevalling, was natuurlijk die van mijn vriendin. 

Daar mocht ik bij zijn en als eerste kreeg ik haar dochter in mijn armen gedrukt.
Een wereld aan ervaringen, maar hoe het bevallen is? Een drieluik zit er niet in.
Groet SH

Guestblog raising mefrouw: Beestenboel

Mijn dochter, de oudste, heeft een tic. En niet zo’n kleine ook.

Zij wil alle dieren die ziek, zwak ,misselijk of gewond zijn redden; dat heeft ze al van jongs af aan en ik denk niet dat het nog over gaat.
In haar jeugd had ze dan ook een club. Dierenclub de dierenvrienden en bijna al haar vriendinnen waren lid en net zo enthousiast of misschien selecteerde ze ze wel om die reden. Ze gaven ook een blad uit: “Beestenboel”, waarin ze hun diensten aan boden als hondenuitlater en als oppasser of verzorger, wanneer een baasje tijdelijk niet beschikbaar zou zijn, om welke reden dan ook, voor welk dier dan ook.
In dat blad stonden ook de mooiste verhalen over het lief en leed dat ze meemaakten met hun eigen dieren, want Mirelle had haar eigen clubhuis, naast ons huis. Mijn man had een bouwkeet beschikbaar gesteld toen het serieus werd en haar liefde voor dieren ons over het hoofd dreigde te groeien. En later op de Middenweg confisqueerde ze het achterste schuurtje voor het hele gebeuren.
Toen we voor de gein een keer eens gingen tellen tussendoor stond de teller op 73 verschillende dier (soort). En ze hadden ook allemaal een naam. Waarvan je de een wat beter kunt onthouden dan de andere. “Maar van wie heeft ze die genen? Van wie heeft ze dat talent?”

Behalve haar vader deed iedereen mee aan de hele gekte; “Oom” Ane nam overalls mee voor alle clubleden,( die ze gelijk opgepimpt heeft) , Beppe ontfermde zich over een verweesd muizennest en ik zei de gek ben geen haar beter. Op haar netvlies staat nog de keer gebrand dat ik een konijntje uit mijn jas toverde, dat ik gevonden had tijdens een wandeling met de honden.

Maar ik zal nooit vergeten dat zij de dieren ambulance liet uitrukken voor een jonge mus, die per ongeluk met haar was meegereisd van Franeker naar Leeuwarden.

Tegenwoordig moet ze zich vanwege de allergieën van haar zoon beperken tot alleen maar dieren buitenhuis. Dus heeft ze vissen, konijnen en kippen. En voor alle vrije vogels genoeg eten voor een jaar.

Maar wat schetste mijn verbazing toen ik vorige week onverhoeds haar bijkeuken binnenstapte ? Iek en Piep zaten veilig en wel binnen in een net verschoond hok. Vanwege de ziekte van de ene, mag de ander haar gezelschap houden.
Daarom heb ik nu het heerlijke vermoeden dat het ontelbare dieren zijn en dat dit blijvend is.

Groet SH

Guestblog raising mefrouw: Brand

  

Vaak vroeg ik me , net als zoveel mensen, vroeger af, wat ik mee zou nemen als er ooit brand zou ontstaan in eigen huis. Je gaat natuurlijk speculeren en als vanzelf stel je denkbeeldige lijstjes van belangrijke dingen samen in je hoofd. Maar in de praktijk blijkt geen van alle te kloppen. In de praktijk stel je je prioriteiten bij.

Toen er op de Bremweg een schoorsteenbrand uitbrak, dacht ik maar aan een ding: Kinderen en beesten het huis uit! 

Voor de rest mocht alles afbranden.
Mijn man was op dat moment niet bereikbaar, maar mijn buurman van een paar huizen verderop gelukkig wel. Als eerste van de vrijwillige brandweer banjerde hij het huis door, roepend dat het wel meeviel, maar dat ze toch alles even zouden natspuiten.
Mij kon het allemaal niks meer schelen, maar mijn jongste dochter wel, die had haar eigen rijtje in haar hoofd. Bovenaan stond de papieren giraffe, die ze op de peuterspeelzaal gemaakt had en die ik de avond daarvoor aan de muur, naast de schoorsteenmantel, had gehangen.
Met afraden van Opa die met mij in de menigte stond te kijken, hoe de vlammen het dak uit sloegen en met gevaar voor eigen leven, ben ik hem op gaan halen. Waarschijnlijk weet zij er nu niks meer van, maar op dat moment drukte ze hem overgelukkig in haar armen. Nog jaren daarna heeft hij op haar kamertje aan de muur geprijkt.
De kinderen sliepen die nacht bij Opa en Oma en een vriendin hielp mij de volgende dag met het opruimen en schoonmaken van de hele boel, om de stank en de rotzooi te verwijderen.
Bij terugkomst van mijn man was het besluit om een stalen binnenpijp in de schoorsteen te laten plaatsen snel genomen. Daarna kon de houtkachel veilig worden opgestookt en behoorden dat soort branden tot het verleden.

Nog in zalige onwetendheid verkerend over wat de toekomst in petto hield, was dat een hele geruststelling voor me.
Gelukkig hebben mijn dochters er geen trauma aan over gehouden en weerhoudt deze ervaring mijn oudste er niet van, om af en toe gezellig de open haard aan te steken. Eind goed, al goed.

Groet SH