Guestblog raising mefrouw: On the move

Verhuizen schijnt voor veel mensen in de top drie van stressvolle situaties te staan. En de doorsnee burger schijnt het gemiddeld ook maar drie tot zes keer in zijn of haar leven te doen. Ikzelf heb in mijn leven in vijftien verschillende huizen gewoond en ben dus met mijn kinderjaren meegerekend behoorlijk vaak verhuisd. Het aantal keren dat ik tussendoor weer eventjes terugkeerde op het ouderlijk nest heb ik dan nog niet eens meegeteld.
Mijn dochters hebben hier natuurlijk wel een tik van meegekregen. Nadat ik ze door het hele land heb mee gesleept, kunnen ze er ondertussen zelf ook wat van. Organisatorisch zijn ze er niet minder van geworden.

Zo is de jongste nogal van het weggooien. Ooit hielp ik haar met de verhuizing, toen ze, wegens sloop, het appartementen complex waar ze indertijd woonde, moest verlaten. Met pijn in mijn hart zag ik dingen uit haar jeugd, die ik eerst jarenlang voor haar gekoesterd had, in de container verdwijnen. Ja, mam, is het dan, je kunt niet alles bewaren!

De middelste heeft momenteel geen vaste woon- of verblijfplaats, maar leeft zo’n beetje vanuit haar koffer. Een deel van haar bezittingen staat opgeslagen en toen we dat aan het inpakken waren, verbaasde ik me over het gemak waarmee ze de rest verkocht, weg gaf of weg kieperde.

Dat je ook weer van je kinderen kunt leren, realiseerde ik me bij mijn meest recente verhuizing. Omdat die van groot naar klein ging, moest ik goed nadenken over wat er wel of niet mee kon. De boeken verdwenen bij iemand in de opslag; de boekenkast ging naar Goutum; heel veel spullen kon ik verkopen via Marktplaats, en ja, voor de deur stond een grote aanhangwagen waarmee mijn schoonzoon diverse malen naar de Milieustraat is gereden. Ook ik ontkwam er niet aan, om dingen weg te moeten gooien.

Toen ze klein was zei de oudste een keer tegen mij dat ze eigenlijk niet beter wist, dan dat we steeds weer gingen verhuizen, maar laatst realiseerde ze zich dat haar huidige adres hetgene is, waar ze het langste heeft gewoond, dus die heeft haar stekje gevonden.
En of ik nou hier blijf wonen? De tijd zal het leren!

Groet SH

Guestblog raising mefrouw: De M van mefrouw

Miranda zou ze heten, mijn eerste, mijn oudste mijn baby. Mits het een meisje zou zijn natuurlijk, want anders werd het een Matthieu François, naar de vader van mijn man, dat stond al heel lang vast.

Naarmate de zwangerschap vorderde en de bevallingsdatum naderde, kwamen er in de omgeving echter toch wel heel veel Miranda’s ter wereld. Je kon de krant niet opslaan of daar stond weer een advertentie met de trotse aankondiging van de geboorte van alweer een Miranda. Straks zou ze in de klas haar vinger opsteken en kreeg ze te horen: “Zeg het maar M3! ”

Dus sloeg de twijfel toe. Ook al omdat me steeds weer de vraag bekroop of ze toch niet vernoemd zou moeten worden naar mijn moeder. In dat geval zou het namelijk een Hinke van Sietske worden. Zoals ik een Sietske van Hinke ben en mijn moeder een Hinke van Sietske, die een Sietske van Hinke was. Twijfel, twijfel, twijfel, maar mijn moeder riep heel stoer, dat ze niet vernoemd hoefde te worden: ze zou er niet meer of minder om van het kind gaan houden! Dat bleek later helemaal waar te zijn.

Ondertussen ging de tijd dringen. Er moest een beslissing genomen worden. En zoals het gaat met die dingen, op een avond tijdens het optreden van een of andere Franse zangeres op tv, kwam eindelijk de inspiratie. Het kon bijna niet mooier. Er werd dan wel een traditie verbroken, maar alle Miranda’s op aarde en opa’s prachtige naam werden zo in ere gehouden, want dat meisje heette Mireille Matthieu.

Alles viel op zijn plaats en voor ik het wist was op geheel eigen wijze Mirelle geboren. Een bevalling is er niets bij!

Groet SH

Guestblog raising mefrouw: Het leukste en het ergste

  

Ooit las ik ergens in een tijdschrift (het zal de Margriet wel geweest zijn) dat het voor kinderen fijn zou zijn, om bijvoorbeeld ‘avonds bij de maaltijd, of op enig ander rust moment, met het hele gezin de dag door te nemen, en ze dan de vrijheid te gunnen om uit te spreken wat ze die dag als het leukste of het ergste ervaren hadden. 

Nou, dat heb ik geweten!
Toen ik het in de praktijk invoerde, ging het in het begin best wel goed. Mijn dochters waren enthousiast, iedereen mocht zijn of haar zegje doen, kreeg de volledige aandacht en daardoor waren de tafelgesprekken nooit saai. Zelfs de eventuele logé’s deden van harte mee. Beppe zei dan b.v dat ze het het leukste vond om bij ons te zijn en het ergste dat ze verder niks wist te bedenken. 

Dus dat was leuk. 

Maar sluipenderwijs voltrokken zich buiten mij om processen waar ik geen vat op had. Ontstonden er gedragscodes en afspraken, die elk hun eigen patroon bleken te volgen. Voor ik het wist was ik ” scheidsrechter bij een spel waarvan ik de regels niet kende, laat staan dat ik wist op wiens helft de bal lag”.

Dus dat was minder leuk. 

Op een dag moest ik er een eind aan maken met de opmerking, dat ik het nog steeds het leukste vond om van alles over ze te horen, maar het ergste dat dat nooit zonder ruzie kon.
Toch denk ik dat er nog wel iets van is blijven hangen. 

Tegenwoordig hebben ze klaagvrije maandag, Yummy Sunday, quote of the Friday en zelfs een stom lijstje op donderdag. Zie; komt goed! 

Superleuk!
Groet SH

Guestblog raising mefrouw; Politiek advies

Mijn hele leven heb ik bij alle verkiezingen maar op een enkele partij gestemd. Ook als het wat minder ging,ook als er geen geschikte lijsttrekker of partijleider voorhanden was; ik ging er voor. Ik wist altijd waar mijn hart lag.

Dat feit heb ik nooit onder stoelen of banken gestoken en mijn respectievelijke echtgenoten heb ik er niet op uitgekozen, maar ze bleken allebei van dezelfde partij.

Zelfs voor alledrie mijn schoonouders mocht ik bij ziekte of afwezigheid gaan stemmen, want, zoals mijn schoonvader het verwoordde:” Sietske, die vertouwen we!”

Toen mijn dochters de leeftijd kregen, dat ze mochten gaan stemmen, had ik maar een advies voor ze, nou ja, eigenlijk twee.
“Altijd gaan en kies voor de eerste vrouw op de lijst”.

Het eerste omdat het een (voor) recht is, wat je ook recht van spreken geeft.

Het tweede omdat alweer vaak vergeten wordt, dat er nog maar sinds 1917 passief kiesrecht voor vrouwen is.

En trouwens, pas sinds 1919 actief kiesrecht. Daar was een grondwetswijziging voor nodig.

Dat is nog geen honderd jaar geleden.

Mijn moeders oma mocht niet stemmen!

In den beginne wisten mijn meiden echter niet wat ze moesten doen, hadden ze nog geen idee, geen clue.

Tegenwoordig heb je daar gelukkig stemwijzers voor.Die vullen ze trouwhartig in en wat blijkt?Niet alleen de oudste is links.

Toen een van hen in verkiezingstijd niet in Nederland was, ging haar oproepingskaart het Kanaal over en weer, zodat zij mij een volmacht kon geven, om voor haar een stem uit te brengen.

Ook zij laten hun stem niet verloren gaan!

Zou het in dit geval toch goed voorbeeld, doet goed volgen zijn?

Groet SH

NB.
Vrouwenkiesrecht
http://www.isgeschiedenis.nl
Kies wijzer
http://sargasso.nl/overzicht-stemwijzers

Guestblog raising mefrouw: Telemoeder

 

Geloof het of niet,maar in de tijd van ver voor social media, ver voor je kon sms-en of app-en, bestond er een begrip als “telemoederen”.Dit hield in,dat je, als je kinderen elders bivakeerden; of elke dag door hen zelf of door degene bij wie ze logeerden gebeld werd;  of zelf naar het logeeradres belde.

Zo bleef je prima op de hoogte van ieders reilen en zeilen.

Voor mij kwam het er op neer ,dat ik, in de tijd dat mijn dochters elke zomer op Vlieland doorbrachten in verband met vakantie of werk, bijna elke dag met mijn moeder of zussen aan de telefoon hing.

Eerst ging het meestal over gewone alledaagse dingen ( gevallen, achter de dijk gespeeld, hoe laat op bed?), maar met het groter groeien, kwamen er ook andere zaken ter sprake.
Zoals uitgaan ( waarheen en hoe laat thuis?), roken (pakje sigaretten in de jaszak gevonden), drinken ( de gang ondergekotst), vriendjes ( de hele nacht weggebleven) en hoe daar mee om te gaan.
Natuurlijk kon ik niet roepen : zoek het maar uit! Het waren tenslotte mijn kinderen, maar soms was ik wel blij met de tijd en de afstand, die er tussen zat, want dat gaf ruimte om er over na te denken en er later naar mijn dochters toe weloverwogen op terug te komen.

Toen er eentje in Amerika verbleef, konden we al msn-en en nog later, toen ze in Noorwegen zat, was er al skype.

Een ander hield tijdens haar stage in Engeland een online reisdagboek bij, hartstikke leuk, ook om nog eens terug te lezen!
Sinds de derde naar het verre Goutum is verhuisd bel, chat of mail ik met haar.
Toch vinden ze me nog hopeloos ouderwets, omdat ik nog steeds niet op Facebook zit en stiekum al hun oude sms-jes bewaar, net als de briefjes,die ze me vroeger schreven en voor me op de keukentafel legden.

Tegenwoordig bel ik niet meer zo vaak met mijn moeder en zussen ,maar als het gaat over de (achter) (klein) kinderen, verschillen de onderwerpen niet zoveel.

Misschien kun je dat “telegrootmoederen” noemen?

It takes a village to raise a child!

 

Groet, SH

 

N.B.

》online reisdagboek

(www.waarbenjij.nu)

》”Home sweet home! Helaas huis onder de vlooien”

(sms-geheugen)

》”haha, stelletje grapjassen zijn jum! Ben zo thus!”

(sms-geheugen)

》” mama, ik ben vlinners aan ut fangen”

(eigen archief)