Guestblog: Het leugenaarsbankje

Over mannen wordt over in het algemeen beweerd, dat ze niet praten, maar in de praktijk blijkt dat toch een ietsje pietsje anders te liggen. 

In vergaderingen bijvoorbeeld, blijken de mannen het langste en het meest aan het woord te zijn; en over voetbal raken ze nooit uitgepraat. Kijk maar eens naar alle voor- en nabeschouwingen op tv, of al die programma’s over sport, die de klok slaan. De hoofdmoot is voetbal. 

Ook in “praatprogramma’s” op tv, komen hoofdzakelijk mannen aan het woord.
Dus waar komt dan, dat wijdverbreide misverstand vandaan?

Nou, bij ons natuurlijk. Wij vrouwen vinden dat.

Ze praten dus wel, maar niet over de dingen, die wij belangrijk vinden. Die ons interesseren. We laten ze wel graag aan het woord, maar niet over auto’s of sport, want ze moeten van ons, over gevoelens en emoties praten.

Maar dat lukt ze vaak niet, dus dan zoeken ze elders hun heil.

Vooral oudere mannen hebben daar een bij uitstek geschikte plek voor gevonden. 

De leugenaarsbank!

Dat is niet perse een bankje, maar wel een plaats waar ze kunnen samen komen, bij voorkeur ergens waar het lekker druk is, waar veel te zien is; zeg maar. 

Zodat ze toch nog iets te zien hebben om over te praten, als het gesprek onverhoopt even stil valt.

Dat kan zomaar in het park zijn. Of bij de boot. Of op het station , of in het winkel centrum; als er maar wat te zien is. Een hangplek voor ouderen noemen ze dat tegenwoordig. Zelfs de bibliotheek schijnt er niet vrij van te zijn.
Regelmatig fiets ik er weleens langs. En dan vraag ik me steevast af, waar ze het over hebben, die kerels van stavast.. Die oerhollandse jongens, die geen koffiehuis hebben, om zich in te verschansen, maar wel elke dag op hun post staan. Hangend over hun scootmobiels.

Hebben ze het over het wereldleed? De vrouwen in hun leven? Of toch gewoon over alles wat voorbijgaat….

Of, al verder prakkiserend, terwijl ik ze gedag zwaai, komen er andere vragen naar boven: Over alle leugens, die ze in hun leven opgedist hebben.? Alle sterke verhalen, die nog een keer verteld moeten worden? Het heet toch niet, voor niets zo? Zo’n bankje?

En dan denk ik aan het eventuele lot van alle ( jonge) mannen die ik nu ken: straks, samen op zo’n bank.

Gelukkig is “praten ” onder de jongens vantegenwoordig, en dus ook bij de toekomstige generaties, meer wijd verbreid, want, ze worden over het algemeen meer opgevoed door vrouwen. 

De meeste leerkrachten op de basisschool, op dit moment: zijn vrouwen. 

Veel jongens groeien op in een eenoudergezin, waarbij de moeder aan het hoofd staat. 

Pas op de middelbare school komen de afgezaagde, uitgebluste, blanke mannen van middelbare leeftijd in beeld, waar ze zich tegen af kunnen zetten. 

Daarmee zullen ze zich, hoop ik, wel redden . De nieuwe mannen.

Om te leren praten.

Ik heb hoop voor de toekomst.

Groet, SH

Bronnen: Margriet, Libelle, Linda, HP/De tijd, Metro, Volkskrant,

de Huis aan Huis,LC , AD , mensen; live blogs. en de Telegraaf. Enzovoorts. 
PS. Sorry Jan

Guestblog raising mefrouw: Mosterd

Beste Sylvana,
Jij hebt mijn hart geraakt. Met de terloopse opmerking, bij Jeroen, dat er al vanaf de jaren 60 een Pieten discussie op gang is, wist je me te triggeren : Mijn hele leven inderdaad, gaat het in december daarover. Dus ik bedacht: waarom zouden we het er dan nu ,in de zomer, niet over mogen hebben? Is dit mosterd voor of na de maaltijd? 

Een mooi ingehouden, warm pleidooi hield je voor de Regenboog Pietjes; Dieuwertje zou hier een voorbeeld aan kunnen nemen. 

Wat was het jammer, dat je de Sinterklaas die in het publiek zat niet snapte, hij meende het goed, maar jij zat gevangen in je eigen verhaal.

Vorig jaar heb ik het wel gevierd, Sinterklaasavond, samen met mijn familie; Maar ik kon dat ene liedje niet van harte mee zingen. Waar Umberto het over had, weet je nog wel? Mijn oudste dochter pikte het op :”oh mag dat ook al niet meer? ”

Dat emoties een rol gaan spelen is niet vreemd, bij dit soort zaken , en was jij het nou, of iemand anders die heel goed wist te verwoorden, dat het maar een generatie kost om dingen te veranderen?

Ik ben het daar wel mee eens, nu blijkt dat het soms maar een stap verwijderd is van andermans deur.

Vroeger bestond er nog geen Hulpsinterklaas, maar kijk hoe die is geïntegreerd! Mijn kinderen moesten daar erg aan wennen, maar die van nu weten gewoon niet beter.

Beste Sylvana, ik ga voor een wereld, waarin jouw vriendin er niet over na hoeft te denken in welke kleur ze haar lippen moet stiften. 

Alhoewel mijn schoonzoon (zelf van Aziatische afkomst) nog een opmerking maakte over de vele Antilliaanse mensen, die zich van harte zwart laten schminken, ook al zijn ze zelf bruin, denk ik toch, dat dat over de top is.

Ik denk samen met jou, dat de CNN documentaire “Blackface” van Oscarwinnaar Roger Williams niet overbodig is.

Het is inderdaad een “dirty little secret” , in Nederland, wat we vooralsnog in onze harten mee hebben gedragen.

Tijd voor de Zwarte Sint; als oma en als moeder ben ik er klaar voor!

En voor de goud of oranje- kleurige Pieten, laat ze maar onder de regenboog gaan staan. Erik en Jochem hebben ondertussen al het goede voorbeeld gegeven, door zich te distantiëren van het hele gebeuren.

Ik hoop dat we het er volgend jaar niet meer over te hoeven hebben.

Groet SH

PS. Dat jij inmiddels de politiek in bent gegaan, verbaast mij niets. Ik hoop dat ik je hiermee een hart onder de riem heb gestoken, na alle bagger die je daarna over je heen kreeg.

Guestblog raising mefrouw: Grijs

Op een gegeven moment weet je dat het goed is. Dat het genoeg is.

Je hebt genoeg verteld, genoeg gedaan, genoeg gezorgd, genoeg ook benoemd. 

Dan moet je ook de moed hebben, om te zeggen dat het klaar is: Mefrouw is voldoende opgevoed. Mefrouw is allang klaar voor de toekomst. Zelfs het broertje is nu volwassen… al zijn z’n hersenen nog niet volledig volgroeid. 

Je hebt de menopauze al gehad, je hebt drie kleinkinderen, je kunt nu door. Je kan het bijna niet bevatten, maar het is waar.

En het is niet dat je de waarheid niet onder ogen wilt zien, maar het is, dat die zich aantekent. 

Je hebt het altijd al beseft, dat je nooit jong kunt zijn met je kinderen, maar misschien wel samen bejaard. Zoals je dat zelf ook al bijna samen met je eigen ouders bent, tegenwoordig.

Straks zit je de hele boel onder te kwijlen onder het gruis van het verpleeghuis. Straks word je onbekwaam bevonden, omdat wat je dan ook nog te berde te wil brengen; door je kinderen zal worden afgedaan als gezeik, net als in hun puberteit. Straks kun je niet eens meer voor jezelf opkomen, omdat je kinderen de regie gaan overnemen: Maar je man begon al grijs te worden op zijn zeventiende, jij pas na je 55e. Je hoeft niet bang te zijn. Alles is betrekkelijk. 

Het is heel natuurlijk. De grijze golf is niet eng, want het zijn jouw generatiegenoten. Of ouder. Jij bent de wildste in hun ogen. Of die rooie, of die met de krullen. Met hen was je ooit eeuwig jong.

Bovendien: grijs is het nieuwe blond, opeens is grijs hedendaags. Helemaal hip. Maar hoe dan ook, terwijl jij het zelf nog met lagen verf probeert te maskeren, wordt je oudste dochter opeens grijs. Slechts een enkele haar, maar toch, straks zit zij in de overgang. Nog maar enkele seconden. 

Ze tikken weg..

Is het ooit echt klaar? Zijn je kinderen ooit echt helemaal volwassen? Zijn ze echt klaar voor het leven? Als je goed naar je eigen ouders luistert, weet je dat het niet zo is. Als je het maar onder ogen wilt zien, weet je ,dat zolang er nog een generatie boven je staat, dat dat niet zo is.

En dat is heel geruststellend.

Groet SH

Guestblog raising mefrouw: Crimineel

“Je dochter is een dief! ” riep ik tegen mijn schoonzoon, toen hij nog maar nauwelijks binnen was, na een lange dag van hard werken. Want wat was het geval? Tijdens een winkeluitje samen, had Olivia zonder dat ik het gezien had, een flesje paarse nagellak in de tas gestopt. Hij moest lachen, het bleek niet de eerste keer te zijn, want ze had al eerder een Milkakoekje buit gemaakt, zonder te betalen.

Dat werpt me terug in de tijd. Toen ik een van mijn kinderen dwong om het onbetaalde item terug te geven in de winkel waar het vandaan kwam, of toen ik opgebeld werd, vanuit de nu ontmantelde V&D, dat een van de vier opgepakt was vanwege ook zoiets onbenulligs. Maar, ja, die was toen al veel ouder en moest wel beter weten.

Tijdens gesprekken met medeopvoeders in die tijd en ook nu ik het als oma meemaak, kwam ik erachter, dat je er drie je kanten mee op kunt: Of je blijft er samen om lachen, of je vertelt wat jij graag wilt hebben, als ze dan toch iets mee willen nemen 😉 of je geeft er sturing aan in de juiste richting.

Het laatste verdient natuurlijk de schoonheidsprijs. Je kunt ze vertellen, dat iets alleen maar van jou is, als je er zelf voor betaald hebt. 

Mijn ouders moeten dat goed gedaan hebben. Toen mijn schoolvriendinnetje geld pikte uit de portemonnee van haar moeder, wilde ik niet eens het snoep op eten wat ze daarvan kocht. Op negen jarige leeftijd had ik dus al een soort moreel besef, wat ik mijn eigen kinderen ook weer mee heb gegeven. Naar ik hoop

Met zijn allen zullen we er als gezin en familie dan ook zorg voor proberen te dragen , dat Olivia niet valt voor verdere verleidingen. 

Net als de rest zal ze hopelijk al doende niet in de criminaliteit belanden.

Ook al valt ze op paars.

Groet SH

Zomercolumn Leeuwarder Courant

Een tien

Op het eiland was het voor ons als pubers heel duidelijk hoe de verhoudingen lagen; in de winter versierden we elkaar; in de zomer was het jachtseizoen op de badgasten geopend.
Giebelend stonden wij als tienermeisjes op wisseldagen bij de boot. Het was altijd weer spannend als de loopplanken werden uitgelegd en de eerste horde aantrekkelijke jongens de veerdam op dromde. Ze kregen cijfers en wij mochten die geven, al hebben zij dat nooit geweten. Omgekeerd werd de nieuwe lichting meisjes beoordeeld door onze wintervriendjes. “Vers vlees” noemden zij deze. In de schaarse vrije uurtjes tussen onze vakantiebaantjes en het rondhangen in de jeugdsoos door, was dit een aangenaam tijdverdrijf.

Er was niks mis met deze gang van zaken en voor mij had dit nog jaren zo voort kunnen kabbelen, maar toen kwam HIJ voorbij in de zomer dat het allemaal begon. 

Een knappe jongen was het, met bruine ogen en donker schouderlang haar; stoer, groot en met een leuke uitstraling. Duidelijk een acht, wellicht een negen en met een beetje geluk een tien, maar dan moest hij nog wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Bij wat navraag bleek dat hij; voor een langere periode zou blijven; maar twee jaar ouder dan ik was en een goed gevoel voor humor had. Zijn lijzige stem maakte bij onze eerste echte kennismaking het plaatje compleet: een negen! Zeker weten, totdat hij een tijdje later, na dagenlang flirten, elkaar uitdagen, aantrekken en weer afstoten, demonstratief mij verkoos, boven mijn vriendinnen, die ook op hem vielen. Toen werd het een tien. Definitief.

Zinderende zomers beleefden we, mijn tien en ik. Hopeloos verliefd, hand in hand dwalend in de bossen en de duinen, ravottend op het strand. Er waren droppings en kampvuren. Zonsondergangen bij de vuurtoren en zoenen achter de dijk. Nooit kwam hij bij mij thuis, of ik bij hem op het kampeerterrein; ons dagelijks leven hielden we net als de winterperiode zorgvuldig afgeschermd. 

Bij elk afscheid huilden we tranen met tuiten, maar daarna hoorden we merkwaardig genoeg niets van elkaar. We hadden kunnen schrijven of bellen, maar adressen of telefoonnummers wisselden we niet uit. Als bij afspraak vroegen we ook nooit wat de ander al die tijd had uitgevoerd, zelfs niet hoe het op school ging. Een foto had ik van hem en soms haalde ik die stiekem even te voorschijn om er smachtend bij te zwijmelen, maar de rest van de tijd besteedde ik aan belangrijker zaken. Tenslotte waren er geen beloftes van eeuwige trouw gedaan.

Onze liefde bestond alleen in de zomer. Vrolijk, speels en onnavolgbaar. Een verrassing als hij terugkwam, een gemis toen hij voorgoed wegbleef.

Jaren later kwam ik hem weer tegen: hij trok een bolderkar vol kinderen en ik was allang getrouwd met mijn eerste vriendje, maar we stelden geen vragen; we haalden herinneringen op. Met wie zou je die anders kunnen delen? De vlinders begonnen (bij mij althans) onmiddellijk weer te kriebelen.

Mijn vakantieliefde scoorde nog steeds hoge ogen!

SH